Colonial Collections Consortium

De Dubois-collectie

Herkomstonderzoek blog #4

In deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object of collectie uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. In elke blog wordt uitgelegd welke stappen het betreffende museum of de betreffende herkomstonderzoeker heeft gezet om het onderzoek uit te voeren. Welke verhalen gaan schuil achter het object en wat kunnen ze ons vertellen over het koloniale verleden van Nederland?

Deze keer in de spotlight: de Dubois-collectie.

Over de collectie

De Dubois-collectie maakte tot voor kort deel uit van de Rijkscollectie van de Staat van Nederland en werd beheerd door Naturalis Biodiversity Center in Leiden. De collectie bestaat uit ongeveer 28.000 fossielen die zijn verzameld door de Nederlandse wetenschapper Eugène Dubois (1858-1940) in het voormalige Nederlands-Indië. De meeste fossielen zijn tussen 1888 en 1900 onder leiding van Dubois op Java en Sumatra opgegraven. Ze spelen een belangrijke rol in de kennis en het wetenschappelijke debat over de evolutie van de mens en vroege mensachtigen. Dubois wilde Darwins evolutietheorie bewijzen door op zoek te gaan naar de ‘missing link’ tussen apen en mensen (Homo sapiens). De belangrijkste stukken in de collectie van Dubois zijn fossielen van Pithecanthropus erectus (in de volksmond bekend als de Javamens, later wetenschappelijk opnieuw geclassificeerd als Homo erectus), namelijk een dijbeen, een schedelkapje en een kies.

In de loop der tijd kregen de fossielen – en met name de Javamens – culturele en politieke betekenis, zowel voor Indonesië als voor Nederland. Ze stonden decennialang centraal in discussies over restitutie. Anders dan in eerdere blogs betreft het hier een natuurhistorische collectie en geen culturele voorwerpen of eigendommen. Uit het onderzoek blijkt echter dat deze indeling niet altijd logisch of constructief is. Zoals in deze blog is te lezen, maakten de aard van de collectie, de gelaagde betekenissen die deze in de loop der jaren heeft gekregen en de decennialange discussies over het rechtmatige eigendom ervan het herkomstonderzoek bijzonder complex en multidisciplinair. 

Plastic replica’s van het schedelkapje en de kies van de Homo erectus, tentoongesteld in Naturalis sinds de teruggave in december 2025.
Bron: Naturalis Biodiversity Center CC0 1.0.

Het teruggaveverzoek

Al vanaf het moment dat de fossielen werden opgegraven, bestaat er discussie over de Dubois-collectie, zowel wat betreft de wetenschappelijke waarde als het eigendomsrecht ervan. In 2022 heeft de Republiek Indonesië een officiële aanvraag ingediend voor de teruggave van de collectie, waarna de Nederlandse staatssecretaris van Cultuur de Commissie Koloniale Collecties heeft gevraagd om advies uit te brengen over dit verzoek. Een centrale vraag was of een natuurhistorische collectie in aanmerking kwam voor teruggave op grond van het Nederlandse restitutiebeleid, dat zich primair richt op cultuurgoederen, en zo ja, op welke gronden. De Commissie Koloniale Collecties volgde hier het Memorie van Toelichting (2014) bij de Nederlandse Erfgoedwet dat stelt dat ‘Ook geologische en biologische specimina tot het begrip [cultuurgoed] behoren’ (zie Kamerstuk II 2014/15, 34109, nr. 3, page 60).

Om de staatssecretaris te kunnen adviseren, heeft de Commissie Koloniale Collecties, in navolging van de restitutieprocedure, de instelling die destijds de collectie beheerde – Naturalis – verzocht om herkomstonderzoek te doen. Hierover kwam in 2023 een rapport uit. De Commissie wilde echter meer historische informatie over de context waarin de opgravingen plaatsvonden, over de juridische en culturele aspecten omtrent eigendomskwesties (van zowel de collectie zelf als de grond waaruit deze is opgegraven) en over de verscheping van de materialen naar Nederland. Een multidisciplinair team van onderzoekers – met expertise op het gebied van cultuurhistorie en recht – werd benaderd om dit aanvullende onderzoek uit te voeren.

Vanwege tijdsdruk, de omvang van het onderzoek en de vereiste expertise werd het aanvullende herkomstonderzoek uitgevoerd door vier onderzoekers van het Expertisecentrum Restitutie van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (Maarten van der Bent, Rosalie Hans, Wiebe Reints en Klaas Stutje), die zich voornamelijk richtten op historisch onderzoek in Nederland. De Indonesische onderzoeker Yuanita Wahyu Pratiwi deed archiefonderzoek in Indonesische archieven, dat werd geïntegreerd in het rapport van het NIOD. Juridische experts Tristam Moeliono uit Indonesië en Jelle Jansen uit Nederland bogen zich over de juridische aspecten.

Het herkomstonderzoek

Herkomstonderzoek richt zich meestal op het moment waarop een voorwerp of collectie van eigenaar veranderde en in Nederlandse koloniale handen kwam. Het onderzoek naar de Dubois-collectie beslaat daarentegen een geschiedenis van meer dan 150 jaar. Er is gekeken naar de periode waarin de fossielen zijn opgegraven (en onder welke omstandigheden), de wetenschappelijke context en culturele waarden die destijds in Nederlands-Indië aan fossielen werden toegekend en officiële overeenkomsten over het eigendom en de opslag van de collectie in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ook is gekeken naar de politieke en culturele belangstelling voor de collectie vanuit de onafhankelijke Indonesische staat sinds de jaren vijftig. Het omvatte onderzoek naar een uitgebreide collectie archiefmateriaal, waaronder Nederlandse overheidscorrespondentie en andere documenten die worden bewaard in het Nationaal Archief, historische correspondentie die wordt bewaard in het archief van de Universiteit Leiden en in het Nationaal Archief van Indonesië.

Het onderzoek van het NIOD-team bracht onder meer aan het licht dat de fossielencollectie die onder leiding van Dubois in Indonesië werd opgegraven naast wetenschappelijke waarde ook altijd politieke en culturele betekenis heeft gehad – eerst vanuit een lokaal Javaans perspectief, later vanuit een Indisch perspectief en na de onafhankelijkheid vanuit een Indonesisch perspectief. Bovendien laat het zien dat de collectie en haar geschiedenis moeten worden gezien als verweven met een koloniaal systeem dat zich kenmerkte door ongelijke machtsverhoudingen. De koloniale staat en het leger hielpen Dubois om op verschillende plekken opgravingen te laten doen, bijvoorbeeld door een groot aantal dwangarbeiders te leveren die bij de opgravingen moesten werken. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat de plekken waar fossielen werden gevonden in spiritueel en economisch opzicht belangrijk waren voor de lokale bevolking, en dat de lokale bevolking en handelaren soms niet wilden vertellen waar die plekken waren. Gezien de omstandigheden waarin de fossielen werden gevonden, is het aannemelijk dat ze tegen de wil van de lokale bevolking zijn meegenomen.

Het onderzoek naar de juridische aspecten was bepalend voor het advies van de Commissie Koloniale Collecties. Het toonde op basis van overeenkomsten tussen Nederlandse koloniale en bestuursambtenaren aan dat de Dubois-collectie nooit eigendom van de Nederlandse staat is geworden. Van bijzonder belang was de bepaling in het decreet van de gouverneur-generaal van 1889 dat Dubois toestond om op Java en Sumatra te werken, waarin stond dat Dubois verplicht was om de opgegraven fossielen ter beschikking te stellen aan de koloniale regering van voormalig Nederlands-Indië. Bovendien was het zo dat toen de collectie in de jaren 1890 naar Nederland werd overgebracht om door Dubois te worden beschreven en bestudeerd, dit gebeurde op voorwaarde dat deze eigendom bleef van de koloniale regering. In 1933 besloot minister van Koloniën Colijn dat de collectie zou worden overgebracht naar het toenmalige Nationaal Museum voor Geologie en Mineralogiein Leiden, maar pas nadat Dubois zijn werk had voltooid. In 1940 overleed Dubois voordat hij klaar was met het verwerken van de collectie, waardoor niet aan de opschortende voorwaarde was voldaan. Op basis van deze informatie concludeerde de Commissie dat de Republiek Indonesië, als rechtsopvolger van de regering van Nederlands-Indië, de rechtmatige eigenaar van de collectie is. Dit werd nog eens onderstreept door de bevinding dat de opgravingen plaatsvonden op grond die eigendom was van de regering van Nederlands-Indië.

Na een proces van drie jaar en op basis van uitgebreid onderzoek van vijf maanden heeft de Commissie Koloniale Collecties geadviseerd om de Dubois-collectie onvoorwaardelijk terug te geven aan Indonesië. Op 26 september 2025 kondigde de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan dat de collectie van 28.000 fossielen zou worden teruggegeven aan Indonesië. De fossielen die bekend staan als de Javamens werden op 17 december 2025 teruggegeven aan Indonesië, de rest van de collectie volgt in de komende maanden.

Reflecties

Het belang van de Dubois-collectie kan niet los worden gezien van het koloniale verleden van Nederland en Indonesië. Door de culturele geschiedenis van de collectie centraal te stellen in het herkomstonderzoek (naast de wetenschappelijke waarde ervan), komt een verhaal naar voren waarin alle facetten van het (post)koloniale verleden zichtbaar worden: van de onderdrukking van de lokale Indonesische bevolking tot de ontwikkeling van hedendaagse wetenschappelijke disciplines in Nederland, Nederlands-Indië en Indonesië en de ambigue postkoloniale betrekkingen tussen Nederland en Indonesië in de tweede helft van de twintigste eeuw.

Deze blog laat zien dat natuurhistorische collecties – hoewel ze vaak als puur wetenschappelijk en dus ‘neutraal’ worden beschouwd – niet los kunnen worden gezien van culturele en politieke ontwikkelingen en dat ze niet uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben. Bovendien roept het belangrijke vragen op over het traditionele onderscheid tussen cultuurhistorische (of etnografische) en wetenschappelijke (of natuurhistorische) collecties. Om deze reden moeten de huidige discussies over de teruggave van voorwerpen die in de koloniale tijd zijn verzameld of geroofd worden uitgebreid zodat ze niet alleen betrekking hebben op culturele voorwerpen, maar ook op andere soorten collecties.

Tot slot

Om de historische en huidige betekenis van objecten beter te begrijpen en om er ethisch verantwoord mee om te gaan, is informatie over hun herkomst en verwervingsgeschiedenis van essentieel belang. Herkomstonderzoek is een doorlopend proces voor musea. Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt instellingen die collecties beheren bij dit werk door kennis en informatie te delen en belanghebbenden een netwerk te bieden. Wilt u meer weten of informatie met ons delen? Neem alstublieft contact met ons op!


Referenties en verdere informatie
De informatie in deze blog is afkomstig uit de herkomstonderzoeksrapporten die deel uitmaken van de aanbeveling van de onafhankelijke Commissie Koloniale Collecties, op een artikel geschreven door herkomstonderzoeker Wiebe Reints en gepubliceerd op de website van het NIOD, en op een telefoongesprek met herkomstonderzoeker Klaas Stutje. Meer informatie over de teruggave van de Dubois-collectie is te vinden op de website van de Nederlandse overheid. Voor meer informatie over het Nederlandse beleid ten aanzien van collecties uit een koloniale context verwijzen wij u naar de website van het Consortium Koloniale Collecties.