Wie bepaalt de geschiedenis? Beeld en Geluid doet herkomstonderzoek naar de Sticusa-filmcollectie
De onderzoeken uit de tweede ronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn nog in volle gang. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid doet herkomstonderzoek naar drie audiovisuele werken in hun collectie. De werken werden geproduceerd in opdracht van de Stichting voor Culturele Samenwerking (Sticusa), een instituut dat tussen 1955 en 1991 een centrale rol speelde in de culturele uitwisseling tussen Nederland en de landen Suriname, Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Maarten en Sint-Eustatius. Dit herkomstonderzoek richt zich op drie specifieke producties: Lanta Para Watapana (1974) en Mosaiko Kultural (1979) van Wilbert Tecla, en Buskando (1973) van René van Nie. Het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid beheert deze Sticusa-filmcollectie, vanwege een fusie met onder andere het filmarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).
Herkomstonderzoek binnen koloniale context
Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid de herkomstgeschiedenis van drie audiovisuele werken in hun archief. Daarbij staan de volgende vragen centraal:
- Wat is de feitelijke totstandkoming van de werken?
- In welke sociaal-politieke context werden de films gecreëerd en geconsumeerd?
- Hoe hebben machtsverhoudingen, financieringsstructuren en redactionele bemoeienis de representatie van de Caribische geschiedenis gevormd?
- Wie waren betrokken bij de opdrachten? En welke rol speelde de bevolking in de Caribische landen?
- Op welke manier werkt de koloniale context door in de inhoud van de films?
De urgentie van herkomstonderzoek
Erfgoedexpert Dyonna Bennett deed het onderzoek door verschillende methodes samen te brengen om een gelaagd en (theoretisch) gelijkwaardig beeld te kunnen vormen, denk aan archiefstukken, filmische analyse en orale geschiedenis. Eén van de doelen was om de complexe en vaak schurende dynamiek tussen de Nederlandse institutionele kaders en de opkomende Caribische audiovisuele autonomie van de jaren 1970 bloot te leggen.
De urgentie van dit herkomstonderzoek komt voort uit de noodzaak tot kritische reflectie op hoe machtsverhoudingen de geschiedenis bepalen. In een tijd waarin archieven streven naar meerstemmigheid en inclusiviteit, is het noodzakelijk om te onderzoeken wie betrokken waren bij de opdrachten, welke rol de inwoners van de Caribische landen speelden en op welke wijze de koloniale context doorwerkt in de inhoud van de werken. Veel van de betrokken makers en deskundigen uit de bewuste periode zijn op hoge leeftijd of leven helaas niet meer, wat het raadplegen van sleutelfiguren die er nog wel zijn cruciaal maakt. Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt samenwerking en onderzoek bij musea, onderzoeksinstellingen en archieven om nieuwe kennis te vergaren over deze verweven koloniale geschiedenis. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, waardoor collectiebeherende instellingen – zoals Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid – verrijkend onderzoek kunnen doen naar de koloniale herkomst van hun collectie.
Wil je zelf meer weten over de rol van archieven in het beheren van objecten uit koloniale context? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.