Eén jaar na de sluiting van de eerste aanvraagronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste tien onderzoeksprojecten in volle gang. Deze regeling stelt Nederlandse musea en erfgoedinstellingen in staat de herkomst van objecten uit hun koloniale context te onderzoeken, een kerntaak van zorgvuldig en transparant collectiebeheer. Het Consortium Koloniale Collecties stelde als verstrekker van de subsidies in totaal €500.000 beschikbaar; in de eerste ronde is ruim €240.000 toegekend aan tien projecten.
De gehonoreerde instellingen vormen een brede doorsnede van het veld, van rijksmusea tot gemeentelijke, universitaire en particuliere collecties. Zij onderzoeken deelcollecties en specifieke objecten waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze in een koloniale context zijn verworven. Zo doet Museon-Omniversum onderzoek naar een banjabangi, een zeldzame houten bank uit Suriname die historisch werd gebruikt als slaginstrument en symbool van koloniale machtsverhoudingen en verzet. Missiemuseum Steyl onderzoekt een erekleed met Baxian-motieven uit Yanggu (China) dat in 1901 door missionarissen werd meegenomen onder onduidelijke omstandigheden. Kunstmuseum Den Haag ontving een toekenning voor onderzoek naar onder andere het achttiende-eeuwse hofzilver van de Sultan van Ternate, dat zich in de collectie edelmetaal van het museum bevindt.
Dit is maar een greep uit de herkomstonderzoeken die binnenkort worden afgerond en waarvan de resultaten zullen worden gedeeld via herkomstrapporten, publicaties, publieksbijeenkomsten en tentoonstellingen. Benieuwd naar meer projecten die een toekenning hebben ontvangen? Daarover lees je hier meer.
Het Consortium Koloniale Collecties – een samenwerking van Museum Bronbeek, NIOD, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Rijksmuseum en Wereldmuseum – ondersteunt het herkomstonderzoek financieel en inhoudelijk, onder meer via kennisdeling en netwerkvorming, en draagt daarmee bij aan zorgvuldige omgang met koloniale collecties en samenwerking met herkomstgemeenschappen.
Herkomstonderzoek blog #5 is nu te lezen!In de blogserie presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De vijfde blog in de reeks is nu te lezen en gaat over een reliëfplaat uit het Koninkrijk Benin in Nigeria.
De reliëfplaat maakt onderdeel uit van de grote en versnipperde collectie koninklijke artefacten uit het Koninkrijk Benin (tegenwoordig gelegen in de staat Edo in Nigeria) die aan het einde van de negentiende eeuw zijn geroofd. Deze historische voorwerpen – gezamenlijk bekend als de Benin Bronzen – zijn een uitdrukking van de cultuur, geschiedenis en kunst van Benin.
De reliëfplaat (of Ama in het Edo) met de afbeelding van een moddervis maakte tot voor kort onderdeel uit van de collectie van Museum de Fundatie in Zwolle. Recentelijk heeft archief- en materiaaltechnisch onderzoek bevestigd dat de reliëfplaat zijn herkomst vindt in Benin City. Dit herkomstonderzoek is financieel ondersteund door het Consortium Koloniale Collecties.
In dit blog lees je meer over het herkomstonderzoek, de rol van de Benin Bronzen in het internationale restitutiedebat, de teruggave van de reliëfplaat en de tentoonstelling Back to Benin – Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed, op dit moment te zien bij Museum de Fundatie.

Herkomstonderzoek blog #5
In deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object of collectie uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. In elke blog wordt uitgelegd welke stappen het betreffende museum of de betreffende herkomstonderzoeker heeft gezet om het onderzoek uit te voeren. Welke verhalen gaan schuil achter het object en wat kunnen ze ons vertellen over het koloniale verleden van Nederland?
Deze keer in de spotlight: een reliëfplaat uit het Koninkrijk Benin in Nigeria
In deze blog zoomen we in op één enkel voorwerp: een gegoten bronzen plaquette met een reliëfafbeelding van een moddervis. Dit object maakt deel uit van de grote en versnipperde collectie koninklijke artefacten uit het Koninkrijk Benin (tegenwoordig gelegen in de staat Edo in Nigeria) die aan het einde van de negentiende eeuw zijn geroofd. Deze historische voorwerpen – gezamenlijk bekend als de Benin Bronzen – zijn een uitdrukking van de cultuur, geschiedenis en kunst van Benin. Ze zijn gemaakt door gespecialiseerde gilden die werkten voor het koninklijk hof van de Oba (koning) in Benin City, gelegen in het hedendaagse Nigeria. De Benin Bronzen omvatten bijvoorbeeld rijk versierde gegoten plaquettes, hoofden van voorouders, dier- en mensfiguren en persoonlijke ornamenten. Ze werden vanaf ten minste de zestiende eeuw vervaardigd en oorspronkelijk gebruikt als koninklijke kunstwerken om historische gebeurtenissen uit te beelden, voor verering en voor ritueel gebruik. Deze voorwerpen werden in 1897 door Britse troepen uit het Koninkrijk Benin geroofd en na deze gewelddadige militaire operatie over de hele wereld verspreid.
De Benin Bronzen hebben de afgelopen jaren veel aandacht gekregen omdat ze centraal kwamen te staan in debatten in Europa over het onder ogen zien van het koloniale verleden en de noodzaak om de vele historische bezittingen terug te geven die destijds, vaak onder gewelddadige omstandigheden, naar Europese musea zijn gebracht. Hoewel het lijkt alsof het debat over restitutie in Westerse contexten vrij recent is, gaat er een decennialang proces aan vooraf, met talloze pogingen van voormalige gekoloniseerde gemeenschappen en landen om hun historische bezittingen en voorouderlijke resten terug te krijgen. Volgens het beknopte overzicht van Eiloghosa Oghogho Obobaifo worden er al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw pogingen tot restitutie van de Benin Bronzen gedaan. Bénédicte Savoy beschrijft deze en vele andere pogingen tot restitutie op het Afrikaanse continent in haar recente boek Africa’s Struggle for Its Art.
De situatie lijkt langzaam te veranderen, nu Europese landen steeds meer bereid zijn om een deel van de tijdens de koloniale tijd geroofde bezittingen terug te geven. Zo heeft Nederland, in navolging van andere landen, 119 Benin-bronzen teruggegeven aan de Nigeriaanse regering in de zomer van 2025.

De reliëfplaat (of Ama in het Edo) met de afbeelding van een moddervis maakte tot voor kort deel uit van de collectie van Museum de Fundatie in Zwolle. De collectie van dit museum bestaat uit meer dan 11.000 objecten en is samengesteld uit verschillende, voornamelijk particuliere, collecties. De basis werd gelegd door Dirk Hannema (1895-1984), een kunstkenner en initiatiefnemer van de Stichting Hannema-de Stuers, de voorloper van Museum de Fundatie. Voordat de reliëfplaat met geweld werd weggehaald, maakte deze waarschijnlijk deel uit van de versiering van het Koninklijk Paleis van de Oba in het huidige Benin City.
Aanvankelijk richtte herkomstonderzoek in Nederland (net als in andere contexten) zich vooral op objecten die in de periode 1933-1945 onder dwang waren ontnomen. Tussen 2009 en 2013 nam Museum de Fundatie deel aan een nationaal project van de Nederlandse Museumvereniging om vast te stellen of objecten in collecties verband hielden met deze geschiedenis. In dit kader werd de herkomst van het Benin Brons van Museum de Fundatie alleen onderzocht in relatie tot de periode 1933-1945. Dit gebeurde door de collectiedatabase, het archief van het museum en andere bronnen te onderzoeken.
In 2020 kreeg het debat over de teruggave van koloniale collecties opnieuw aandacht in Europa, wat het museum ertoe aanzette om meer informatie te verzamelen over de oorsprong, authenticiteit en herkomst van het object. Tot dan toe was de geschiedenis van de reliëfplaat slechts tot 1937 terug te voeren. Wat was er al bekend over de geschiedenis van de plaquette? Uit een notitie van Dirk Hannema, de oprichter van Museum de Fundatie, bleek dat hij het reliëf in 1937 had gekocht via kunsthandelaar Carel van Lier in Amsterdam, die het object in bruikleen had gekregen uit een tentoonstelling van de Parijse handelaar Charles Ratton. Uit archiefonderzoek is gebleken dat een bas-reliëf van een vis die sterk lijkt op de plaquette van Museum de Fundatie op 26 juni 1930 door veilinghuis Messrs. Foster aan Pall Mall in Londen is verkocht. Vermoedelijk heeft Ratton het object daar gekocht. In de veilingcatalogus staat dat het afkomstig was uit de collectie van een ‘gentleman’ en eerder was tentoongesteld in het Brighton Museum (nu Brighton & Hove Museums). Dit ondersteunt de hypothese dat het stuk in het Verenigd Koninkrijk terecht is gekomen via een Britse officier die mogelijk betrokken was bij de plundering in 1897.
Aangezien archiefonderzoek geen verdere informatie opleverde over de herkomst van de reliëfplaat, besloot het museum deze in juli 2025 aan een technische analyse te onderwerpen. Een XRF-scan (röntgenfluorescentiespectometrie), een niet-destructieve analysetechniek die wordt gebruikt om de elementaire samenstelling van materialen zoals metalen, kunststoffen of bodem te bepalen, toonde aan dat de plaat van messing is gemaakt en geen sporen van nikkel bevat. Dit feit versterkte het vermoeden dat dit een historisch stuk is dat in Benin is gemaakt, en geen moderne reproductie. Uit een daaropvolgende chemische analyse van een klein monster bleek dat het metaal bestaat uit messing met kleine hoeveelheden lood en tin, een samenstelling die overeenkomt met het messing dat in Benin en in Europese manilla’s werd gebruikt – hoefijzervormige stukken metaal die voornamelijk als betaalmiddel functioneerden. De loodisotopenverhoudingen vertonen ook een sterke gelijkenis met die van manilla’s uit een achttiende-eeuws scheepswrak dat voor de kust van Cape Cod is gevonden, wat de herkomst van het stuk verder bevestigt. Hoewel nog steeds niet met zekerheid kan worden vastgesteld hoe de reliëfplaat na de plundering in 1897 in Parijs terecht is gekomen, kon aan de hand van materiaalonderzoek de herkomst van deze plaquette in de collectie van Museum de Fundatie bevestigd worden.


In deze blog hebben we gezien hoe verschuivende maatschappelijke discussies over het koloniale verleden van invloed kunnen zijn op de manier waarop musea hun collecties benaderen en onderzoeken. Dit voorbeeld laat verder zien dat in sommige gevallen materiële analyse van historische objecten of collecties vragen kan beantwoorden die met archiefonderzoek niet met zekerheid kunnen worden opgehelderd. In het licht van de conclusies van het herkomstonderzoek heeft Museum de Fundatie de reliëfplaat in november 2025 teruggegeven aan het Koninklijk Huis van Benin. Bovendien werd de plaquette omgedoopt tot Ama O Ghe Ehen (plaquette van een vis) en zo wordt ze nu ook genoemd, dankzij het eerste onderzoek van Osaisonor Godfrey Ekhator-Obogie.
In 2026 opende het museum ter gelegenheid van deze teruggave een tentoonstelling samengesteld door Aude Christel Mgba (conservator hedendaagse kunst). Onder de titel Back To Benin – Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed brengt de tentoonstelling tien hedendaagse Nigeriaanse kunstenaars van Edo-afkomst samen, die zich voor hun nieuwe werk lieten inspireren door de plaquette en zo een dialoog aangaan met geschiedenis, symboliek en culturele herinnering. De kunstenaars in deze tentoonstelling zijn Osaze Amadasun, Minne Atairu, Leo Asemota, Victor Ehikhamenor, Taiye Idahor, Favour Jonathan, Osaru Obaseki, Enotie Ogbebor, Abraham Onoriode Oghobase en Phil Omodamwen. Na afloop van de tentoonstelling, zal de Ama O Ghe Ehen ook fysiek terugkeren naar Benin City.
Het herkomstonderzoek naar de reliëfplaat is uitgevoerd met financiële ondersteuning van het Consortium Koloniale Collecties.
Om de historische en huidige betekenis van objecten beter te begrijpen en om er ethisch verantwoord mee om te gaan, is informatie over hun herkomst en verwervingsgeschiedenis van essentieel belang. Herkomstonderzoek is een doorlopend proces voor musea. Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt instellingen die collecties beheren bij dit werk door kennis en informatie te delen en belanghebbenden een netwerk te bieden. Wilt u meer weten of informatie met ons delen? Neem alstublieft contact met ons op!
Referenties en verdere informatie
Het herkomstonderzoek dat in deze blog wordt besproken is uitgevoerd door Kristian Garssen, Johan Koers en Aude Christel Mgba. Het rapport is gepubliceerd in de catalogus van de tentoonstelling Back To Benin – Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed in Museum de Fundatie. De informatie in deze blog is afkomstig uit dit onderzoek en uit e-mailcorrespondentie met Aude Christel Mgba.
Datum: 20 maart 2026
Tijd: 10:00 uur EST/11:00 uur AST/15:00 uur CET
Locatie: Online, via Zoom
Organisatie: UWI Museum in samenwerking met het Centre for Repatriation Research
Voertaal: English
Het Museum van de University of the West Indies (UWI Museum) organiseert een online discussie in samenwerking met het Centre for Repatriation Research. De discussie verkent groeiende wereldwijde gesprekken over restitutie, koloniale collecties in archieven, musea en galerieën, en de implicaties hiervan voor de Cariben. De sessie focust op restitutie debatten en interventies van de Nederlands-, Frans- en Engelssprekende Cariben, in relatie tot erfgoed, herinnering en herstel.
De sessie omvat een presentatie over de Colonial Collections Datahub door Camiel de Kom (Digitaal erfgoed coach bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en Arminda Franken-Ruiz (Erfgoed specialist en voormalig directeur, Nationaal Archeologisch Museum, Aruba).

Datum: 9 april 2026
Tijd: 16:00
Locatie: Verzetsmuseum Amsterdam
Organisatie: Expertisecentrum Restitutie (ECR) van het NIOD en het Verzetsmuseum Amsterdam
Voertaal: Nederlands
Het Expertisecentrum Restitutie (ECR) van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en Verzetsmuseum Amsterdam presenteren Roofkunst Ontrafeld, een lezingenreeks die zich richt op de minder belichte kanten van roofkunst en restitutie. Historici verbonden aan het NIOD presenteren recent onderzoek en verrassende inzichten en gaan de dialoog aan met het publiek, onder leiding van moderator Yuki Kho. Op 9 april zal historicus en herkomstonderzoek Daniël Hendrikse de lezing Op het kruispunt van onrecht: ‘koloniale kunst’ en de Tweede Wereldoorlog presenteren.
Onderzoek naar kunstroof tijdens WOII en naar koloniale collecties wordt meestal gescheiden, waarbij wetenschappelijke specialisatie en morele bezwaren samenhangend onderzoek in de weg staan. Tijdens deze lezing wordt aan de hand van concrete voorbeelden gezocht naar het historisch kruispunt tussen beide onderzoeksvelden. Daarbij wordt ingegaan op de vraag: Wat te doen met objecten waarbij mogelijk sprake is van gelaagd bezitsverlies: eerst onder invloed van kolonialisme en vervolgens door toedoen van de Duitse bezetter?
Opening expo: Her Love, Her StoryDatum: 8 februari 2026
Tijd: 15:00-17:00
Locatie: OBA Oosterdok (Openbare Bibliotheek Amsterdam), Theater
Organisatie: Our HERitage, OBA
Voertaal: Nederlands
Op 8 februari opent bij OBA de foto tentoonstelling Her Love, Her Story, samengesteld door het project Our HERitage. Deze tentoonstelling presenteert portretten van 11 Caribische voormoeders, samengebracht uit alle windstreken. Hun verhalen laten zien hoe liefde en kracht de samenleving van nu vormen. De expositie is van 3 februari tot en met 9 maart te zien op de fotogalerij bij OBA.
Het openingsprogramma start zondagmiddag 8 februari in het Theater op de 7e verdieping met een welkomstwoord door Our HERitage-oprichter Fausia S. Abdul. Keynotespreker is prof. Valika Smeulders (Rijksmuseum & Consorium Koloniale Collecties). Verder met auteurs Liesbeth Smit en Susi & Simba Mosis en deelnemers Tiarra Simon en Robby Kibbelaar. De middag sluiten we af met een intense performance van Reframing HERstory Art Foundation over slavernij en vrouw-zijn.
Workshop: Relational heritage spacesDatum: 27 januari 2026
Tijd: 10:00-17:00
Locatie: Oude Boteringestraat 36, Faculteit van Religiewetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen
Organisatie: Nederlandse afdeling van de Association of Critical Heritage Studies
Voertaal: Engels
Op 27 januari 2026, organiseert de Nederlandse afdeling van de Association of Critical Heritage Studies hun eerste workshop. Het thema van de workshop is relationaliteit in erfgoed studies. Het programma omvat keynote lezingen van Hester Dibbits (Reinwardt Academie) en Cindy Zalm (Wereldmuseum & Consortium Koloniale Collecties). Restitutie is één van de onderwerpen die centraal staat bij deze workshop.
Herkomstonderzoek blog #4 nu te lezenIn deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De vierde blog in deze reeks gaat over de Dubois-collectie, tot kortgeleden onderdeel van de collectie van Naturalis Biodiversity Center in Leiden.
De collectie bestaat uit ongeveer 28.000 fossielen die zijn verzameld door de Nederlandse wetenschapper Eugène Dubois (1858-1940) in het voormalige Nederlands-Indië. In de loop der tijd kregen de fossielen – en met name de Javamens – culturele en politieke betekenis, zowel voor Indonesië als voor Nederland. Ze stonden decennialang centraal in discussies over restitutie.
In dit blog lees je hoe de aard van de collectie, de gelaagde betekenissen die deze in de loop der jaren heeft gekregen en de decennialange discussies over het rechtmatige eigendom ervan, dit herkomstonderzoek bijzonder complex en multidisciplinair maakten.

Herkomstonderzoek blog #4
In deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object of collectie uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. In elke blog wordt uitgelegd welke stappen het betreffende museum of de betreffende herkomstonderzoeker heeft gezet om het onderzoek uit te voeren. Welke verhalen gaan schuil achter het object en wat kunnen ze ons vertellen over het koloniale verleden van Nederland?
Deze keer in de spotlight: de Dubois-collectie.
De Dubois-collectie maakte tot voor kort deel uit van de Rijkscollectie van de Staat van Nederland en werd beheerd door Naturalis Biodiversity Center in Leiden. De collectie bestaat uit ongeveer 28.000 fossielen die zijn verzameld door de Nederlandse wetenschapper Eugène Dubois (1858-1940) in het voormalige Nederlands-Indië. De meeste fossielen zijn tussen 1888 en 1900 onder leiding van Dubois op Java en Sumatra opgegraven. Ze spelen een belangrijke rol in de kennis en het wetenschappelijke debat over de evolutie van de mens en vroege mensachtigen. Dubois wilde Darwins evolutietheorie bewijzen door op zoek te gaan naar de ‘missing link’ tussen apen en mensen (Homo sapiens). De belangrijkste stukken in de collectie van Dubois zijn fossielen van Pithecanthropus erectus (in de volksmond bekend als de Javamens, later wetenschappelijk opnieuw geclassificeerd als Homo erectus), namelijk een dijbeen, een schedelkapje en een kies.
In de loop der tijd kregen de fossielen – en met name de Javamens – culturele en politieke betekenis, zowel voor Indonesië als voor Nederland. Ze stonden decennialang centraal in discussies over restitutie. Anders dan in eerdere blogs betreft het hier een natuurhistorische collectie en geen culturele voorwerpen of eigendommen. Uit het onderzoek blijkt echter dat deze indeling niet altijd logisch of constructief is. Zoals in deze blog is te lezen, maakten de aard van de collectie, de gelaagde betekenissen die deze in de loop der jaren heeft gekregen en de decennialange discussies over het rechtmatige eigendom ervan het herkomstonderzoek bijzonder complex en multidisciplinair.

Al vanaf het moment dat de fossielen werden opgegraven, bestaat er discussie over de Dubois-collectie, zowel wat betreft de wetenschappelijke waarde als het eigendomsrecht ervan. In 2022 heeft de Republiek Indonesië een officiële aanvraag ingediend voor de teruggave van de collectie, waarna de Nederlandse staatssecretaris van Cultuur de Commissie Koloniale Collecties heeft gevraagd om advies uit te brengen over dit verzoek. Een centrale vraag was of een natuurhistorische collectie in aanmerking kwam voor teruggave op grond van het Nederlandse restitutiebeleid, dat zich primair richt op cultuurgoederen, en zo ja, op welke gronden. De Commissie Koloniale Collecties volgde hier het Memorie van Toelichting (2014) bij de Nederlandse Erfgoedwet dat stelt dat ‘Ook geologische en biologische specimina tot het begrip [cultuurgoed] behoren’ (zie Kamerstuk II 2014/15, 34109, nr. 3, page 60).
Om de staatssecretaris te kunnen adviseren, heeft de Commissie Koloniale Collecties, in navolging van de restitutieprocedure, de instelling die destijds de collectie beheerde – Naturalis – verzocht om herkomstonderzoek te doen. Hierover kwam in 2023 een rapport uit. De Commissie wilde echter meer historische informatie over de context waarin de opgravingen plaatsvonden, over de juridische en culturele aspecten omtrent eigendomskwesties (van zowel de collectie zelf als de grond waaruit deze is opgegraven) en over de verscheping van de materialen naar Nederland. Een multidisciplinair team van onderzoekers – met expertise op het gebied van cultuurhistorie en recht – werd benaderd om dit aanvullende onderzoek uit te voeren.
Vanwege tijdsdruk, de omvang van het onderzoek en de vereiste expertise werd het aanvullende herkomstonderzoek uitgevoerd door vier onderzoekers van het Expertisecentrum Restitutie van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (Maarten van der Bent, Rosalie Hans, Wiebe Reints en Klaas Stutje), die zich voornamelijk richtten op historisch onderzoek in Nederland. De Indonesische onderzoeker Yuanita Wahyu Pratiwi deed archiefonderzoek in Indonesische archieven, dat werd geïntegreerd in het rapport van het NIOD. Juridische experts Tristam Moeliono uit Indonesië en Jelle Jansen uit Nederland bogen zich over de juridische aspecten.


Herkomstonderzoek richt zich meestal op het moment waarop een voorwerp of collectie van eigenaar veranderde en in Nederlandse koloniale handen kwam. Het onderzoek naar de Dubois-collectie beslaat daarentegen een geschiedenis van meer dan 150 jaar. Er is gekeken naar de periode waarin de fossielen zijn opgegraven (en onder welke omstandigheden), de wetenschappelijke context en culturele waarden die destijds in Nederlands-Indië aan fossielen werden toegekend en officiële overeenkomsten over het eigendom en de opslag van de collectie in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ook is gekeken naar de politieke en culturele belangstelling voor de collectie vanuit de onafhankelijke Indonesische staat sinds de jaren vijftig. Het omvatte onderzoek naar een uitgebreide collectie archiefmateriaal, waaronder Nederlandse overheidscorrespondentie en andere documenten die worden bewaard in het Nationaal Archief, historische correspondentie die wordt bewaard in het archief van de Universiteit Leiden en in het Nationaal Archief van Indonesië.
Het onderzoek van het NIOD-team bracht onder meer aan het licht dat de fossielencollectie die onder leiding van Dubois in Indonesië werd opgegraven naast wetenschappelijke waarde ook altijd politieke en culturele betekenis heeft gehad – eerst vanuit een lokaal Javaans perspectief, later vanuit een Indisch perspectief en na de onafhankelijkheid vanuit een Indonesisch perspectief. Bovendien laat het zien dat de collectie en haar geschiedenis moeten worden gezien als verweven met een koloniaal systeem dat zich kenmerkte door ongelijke machtsverhoudingen. De koloniale staat en het leger hielpen Dubois om op verschillende plekken opgravingen te laten doen, bijvoorbeeld door een groot aantal dwangarbeiders te leveren die bij de opgravingen moesten werken. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat de plekken waar fossielen werden gevonden in spiritueel en economisch opzicht belangrijk waren voor de lokale bevolking, en dat de lokale bevolking en handelaren soms niet wilden vertellen waar die plekken waren. Gezien de omstandigheden waarin de fossielen werden gevonden, is het aannemelijk dat ze tegen de wil van de lokale bevolking zijn meegenomen.
Het onderzoek naar de juridische aspecten was bepalend voor het advies van de Commissie Koloniale Collecties. Het toonde op basis van overeenkomsten tussen Nederlandse koloniale en bestuursambtenaren aan dat de Dubois-collectie nooit eigendom van de Nederlandse staat is geworden. Van bijzonder belang was de bepaling in het decreet van de gouverneur-generaal van 1889 dat Dubois toestond om op Java en Sumatra te werken, waarin stond dat Dubois verplicht was om de opgegraven fossielen ter beschikking te stellen aan de koloniale regering van voormalig Nederlands-Indië. Bovendien was het zo dat toen de collectie in de jaren 1890 naar Nederland werd overgebracht om door Dubois te worden beschreven en bestudeerd, dit gebeurde op voorwaarde dat deze eigendom bleef van de koloniale regering. In 1933 besloot minister van Koloniën Colijn dat de collectie zou worden overgebracht naar het toenmalige Nationaal Museum voor Geologie en Mineralogiein Leiden, maar pas nadat Dubois zijn werk had voltooid. In 1940 overleed Dubois voordat hij klaar was met het verwerken van de collectie, waardoor niet aan de opschortende voorwaarde was voldaan. Op basis van deze informatie concludeerde de Commissie dat de Republiek Indonesië, als rechtsopvolger van de regering van Nederlands-Indië, de rechtmatige eigenaar van de collectie is. Dit werd nog eens onderstreept door de bevinding dat de opgravingen plaatsvonden op grond die eigendom was van de regering van Nederlands-Indië.
Na een proces van drie jaar en op basis van uitgebreid onderzoek van vijf maanden heeft de Commissie Koloniale Collecties geadviseerd om de Dubois-collectie onvoorwaardelijk terug te geven aan Indonesië. Op 26 september 2025 kondigde de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan dat de collectie van 28.000 fossielen zou worden teruggegeven aan Indonesië. De fossielen die bekend staan als de Javamens werden op 17 december 2025 teruggegeven aan Indonesië, de rest van de collectie volgt in de komende maanden.
Het belang van de Dubois-collectie kan niet los worden gezien van het koloniale verleden van Nederland en Indonesië. Door de culturele geschiedenis van de collectie centraal te stellen in het herkomstonderzoek (naast de wetenschappelijke waarde ervan), komt een verhaal naar voren waarin alle facetten van het (post)koloniale verleden zichtbaar worden: van de onderdrukking van de lokale Indonesische bevolking tot de ontwikkeling van hedendaagse wetenschappelijke disciplines in Nederland, Nederlands-Indië en Indonesië en de ambigue postkoloniale betrekkingen tussen Nederland en Indonesië in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Deze blog laat zien dat natuurhistorische collecties – hoewel ze vaak als puur wetenschappelijk en dus ‘neutraal’ worden beschouwd – niet los kunnen worden gezien van culturele en politieke ontwikkelingen en dat ze niet uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben. Bovendien roept het belangrijke vragen op over het traditionele onderscheid tussen cultuurhistorische (of etnografische) en wetenschappelijke (of natuurhistorische) collecties. Om deze reden moeten de huidige discussies over de teruggave van voorwerpen die in de koloniale tijd zijn verzameld of geroofd worden uitgebreid zodat ze niet alleen betrekking hebben op culturele voorwerpen, maar ook op andere soorten collecties.
Om de historische en huidige betekenis van objecten beter te begrijpen en om er ethisch verantwoord mee om te gaan, is informatie over hun herkomst en verwervingsgeschiedenis van essentieel belang. Herkomstonderzoek is een doorlopend proces voor musea. Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt instellingen die collecties beheren bij dit werk door kennis en informatie te delen en belanghebbenden een netwerk te bieden. Wilt u meer weten of informatie met ons delen? Neem alstublieft contact met ons op!
Referenties en verdere informatie
De informatie in deze blog is afkomstig uit de herkomstonderzoeksrapporten die deel uitmaken van de aanbeveling van de onafhankelijke Commissie Koloniale Collecties, op een artikel geschreven door herkomstonderzoeker Wiebe Reints en gepubliceerd op de website van het NIOD, en op een telefoongesprek met herkomstonderzoeker Klaas Stutje. Meer informatie over de teruggave van de Dubois-collectie is te vinden op de website van de Nederlandse overheid. Voor meer informatie over het Nederlandse beleid ten aanzien van collecties uit een koloniale context verwijzen wij u naar de website van het Consortium Koloniale Collecties.
Datum: 15 januari, 2026
Tijd: 15:30-17:00 (CET)
Locatie: KITLV, Herta Mohr (Kamer 1.30) en online via Zoom.
Organisatie: Koninklijk Nederlands Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV)
Voertaal: Engels
In 2026 viert KITLV zijn 125ste jubileum. Voor de jubileum seminar serie, nodigt KITLV sprekers uit die in de afgelopen 25 jaar hebben samengewerkt met het instituut, als fellow of in gezamenlijke onderzoeksprojecten. Voor de eerste seminar, heeft KITLV Valika Smeulders (Rijksmuseum) uitgenodigd voor een middag over het Rijksmuseum, de collectie en het onderzoek.
[De tekst gaat verder in het Engels]
The Rijksmuseum in Amsterdam is renowned world wide for its art collection, with the seventeenth century at its heart, featuring Rembrandt, Vermeer and Frans Hals. As many European national museums built in the 19th century, its focus has been on the pride and glory of the Netherlands. Still, the 17th century is also the century of the foundation of the Dutch East India and West India Companies.
How does a Dutch museum re-invent itself to align with new insights and societal changes? How are the museum field and research focuses and policies changing? In her talk, Valika Smeulders will be reflecting on the work the museum has been doing in recent years, and looking forward into the coming years.