In deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De vierde blog in deze reeks gaat over de Dubois-collectie, tot kortgeleden onderdeel van de collectie van Naturalis Biodiversity Center in Leiden.
De collectie bestaat uit ongeveer 28.000 fossielen die zijn verzameld door de Nederlandse wetenschapper Eugène Dubois (1858-1940) in het voormalige Nederlands-Indië. In de loop der tijd kregen de fossielen – en met name de Javamens – culturele en politieke betekenis, zowel voor Indonesië als voor Nederland. Ze stonden decennialang centraal in discussies over restitutie.
In dit blog lees je hoe de aard van de collectie, de gelaagde betekenissen die deze in de loop der jaren heeft gekregen en de decennialange discussies over het rechtmatige eigendom ervan, dit herkomstonderzoek bijzonder complex en multidisciplinair maakten.

Herkomstonderzoek blog #4
In deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object of collectie uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. In elke blog wordt uitgelegd welke stappen het betreffende museum of de betreffende herkomstonderzoeker heeft gezet om het onderzoek uit te voeren. Welke verhalen gaan schuil achter het object en wat kunnen ze ons vertellen over het koloniale verleden van Nederland?
Deze keer in de spotlight: de Dubois-collectie.
De Dubois-collectie maakte tot voor kort deel uit van de Rijkscollectie van de Staat van Nederland en werd beheerd door Naturalis Biodiversity Center in Leiden. De collectie bestaat uit ongeveer 28.000 fossielen die zijn verzameld door de Nederlandse wetenschapper Eugène Dubois (1858-1940) in het voormalige Nederlands-Indië. De meeste fossielen zijn tussen 1888 en 1900 onder leiding van Dubois op Java en Sumatra opgegraven. Ze spelen een belangrijke rol in de kennis en het wetenschappelijke debat over de evolutie van de mens en vroege mensachtigen. Dubois wilde Darwins evolutietheorie bewijzen door op zoek te gaan naar de ‘missing link’ tussen apen en mensen (Homo sapiens). De belangrijkste stukken in de collectie van Dubois zijn fossielen van Pithecanthropus erectus (in de volksmond bekend als de Javamens, later wetenschappelijk opnieuw geclassificeerd als Homo erectus), namelijk een dijbeen, een schedelkapje en een kies.
In de loop der tijd kregen de fossielen – en met name de Javamens – culturele en politieke betekenis, zowel voor Indonesië als voor Nederland. Ze stonden decennialang centraal in discussies over restitutie. Anders dan in eerdere blogs betreft het hier een natuurhistorische collectie en geen culturele voorwerpen of eigendommen. Uit het onderzoek blijkt echter dat deze indeling niet altijd logisch of constructief is. Zoals in deze blog is te lezen, maakten de aard van de collectie, de gelaagde betekenissen die deze in de loop der jaren heeft gekregen en de decennialange discussies over het rechtmatige eigendom ervan het herkomstonderzoek bijzonder complex en multidisciplinair.

Al vanaf het moment dat de fossielen werden opgegraven, bestaat er discussie over de Dubois-collectie, zowel wat betreft de wetenschappelijke waarde als het eigendomsrecht ervan. In 2022 heeft de Republiek Indonesië een officiële aanvraag ingediend voor de teruggave van de collectie, waarna de Nederlandse staatssecretaris van Cultuur de Commissie Koloniale Collecties heeft gevraagd om advies uit te brengen over dit verzoek. Een centrale vraag was of een natuurhistorische collectie in aanmerking kwam voor teruggave op grond van het Nederlandse restitutiebeleid, dat zich primair richt op cultuurgoederen, en zo ja, op welke gronden. De Commissie Koloniale Collecties volgde hier het Memorie van Toelichting (2014) bij de Nederlandse Erfgoedwet dat stelt dat ‘Ook geologische en biologische specimina tot het begrip [cultuurgoed] behoren’ (zie Kamerstuk II 2014/15, 34109, nr. 3, page 60).
Om de staatssecretaris te kunnen adviseren, heeft de Commissie Koloniale Collecties, in navolging van de restitutieprocedure, de instelling die destijds de collectie beheerde – Naturalis – verzocht om herkomstonderzoek te doen. Hierover kwam in 2023 een rapport uit. De Commissie wilde echter meer historische informatie over de context waarin de opgravingen plaatsvonden, over de juridische en culturele aspecten omtrent eigendomskwesties (van zowel de collectie zelf als de grond waaruit deze is opgegraven) en over de verscheping van de materialen naar Nederland. Een multidisciplinair team van onderzoekers – met expertise op het gebied van cultuurhistorie en recht – werd benaderd om dit aanvullende onderzoek uit te voeren.
Vanwege tijdsdruk, de omvang van het onderzoek en de vereiste expertise werd het aanvullende herkomstonderzoek uitgevoerd door vier onderzoekers van het Expertisecentrum Restitutie van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (Maarten van der Bent, Rosalie Hans, Wiebe Reints en Klaas Stutje), die zich voornamelijk richtten op historisch onderzoek in Nederland. De Indonesische onderzoeker Yuanita Wahyu Pratiwi deed archiefonderzoek in Indonesische archieven, dat werd geïntegreerd in het rapport van het NIOD. Juridische experts Tristam Moeliono uit Indonesië en Jelle Jansen uit Nederland bogen zich over de juridische aspecten.


Herkomstonderzoek richt zich meestal op het moment waarop een voorwerp of collectie van eigenaar veranderde en in Nederlandse koloniale handen kwam. Het onderzoek naar de Dubois-collectie beslaat daarentegen een geschiedenis van meer dan 150 jaar. Er is gekeken naar de periode waarin de fossielen zijn opgegraven (en onder welke omstandigheden), de wetenschappelijke context en culturele waarden die destijds in Nederlands-Indië aan fossielen werden toegekend en officiële overeenkomsten over het eigendom en de opslag van de collectie in de eerste helft van de twintigste eeuw. Ook is gekeken naar de politieke en culturele belangstelling voor de collectie vanuit de onafhankelijke Indonesische staat sinds de jaren vijftig. Het omvatte onderzoek naar een uitgebreide collectie archiefmateriaal, waaronder Nederlandse overheidscorrespondentie en andere documenten die worden bewaard in het Nationaal Archief, historische correspondentie die wordt bewaard in het archief van de Universiteit Leiden en in het Nationaal Archief van Indonesië.
Het onderzoek van het NIOD-team bracht onder meer aan het licht dat de fossielencollectie die onder leiding van Dubois in Indonesië werd opgegraven naast wetenschappelijke waarde ook altijd politieke en culturele betekenis heeft gehad – eerst vanuit een lokaal Javaans perspectief, later vanuit een Indisch perspectief en na de onafhankelijkheid vanuit een Indonesisch perspectief. Bovendien laat het zien dat de collectie en haar geschiedenis moeten worden gezien als verweven met een koloniaal systeem dat zich kenmerkte door ongelijke machtsverhoudingen. De koloniale staat en het leger hielpen Dubois om op verschillende plekken opgravingen te laten doen, bijvoorbeeld door een groot aantal dwangarbeiders te leveren die bij de opgravingen moesten werken. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat de plekken waar fossielen werden gevonden in spiritueel en economisch opzicht belangrijk waren voor de lokale bevolking, en dat de lokale bevolking en handelaren soms niet wilden vertellen waar die plekken waren. Gezien de omstandigheden waarin de fossielen werden gevonden, is het aannemelijk dat ze tegen de wil van de lokale bevolking zijn meegenomen.
Het onderzoek naar de juridische aspecten was bepalend voor het advies van de Commissie Koloniale Collecties. Het toonde op basis van overeenkomsten tussen Nederlandse koloniale en bestuursambtenaren aan dat de Dubois-collectie nooit eigendom van de Nederlandse staat is geworden. Van bijzonder belang was de bepaling in het decreet van de gouverneur-generaal van 1889 dat Dubois toestond om op Java en Sumatra te werken, waarin stond dat Dubois verplicht was om de opgegraven fossielen ter beschikking te stellen aan de koloniale regering van voormalig Nederlands-Indië. Bovendien was het zo dat toen de collectie in de jaren 1890 naar Nederland werd overgebracht om door Dubois te worden beschreven en bestudeerd, dit gebeurde op voorwaarde dat deze eigendom bleef van de koloniale regering. In 1933 besloot minister van Koloniën Colijn dat de collectie zou worden overgebracht naar het toenmalige Nationaal Museum voor Geologie en Mineralogiein Leiden, maar pas nadat Dubois zijn werk had voltooid. In 1940 overleed Dubois voordat hij klaar was met het verwerken van de collectie, waardoor niet aan de opschortende voorwaarde was voldaan. Op basis van deze informatie concludeerde de Commissie dat de Republiek Indonesië, als rechtsopvolger van de regering van Nederlands-Indië, de rechtmatige eigenaar van de collectie is. Dit werd nog eens onderstreept door de bevinding dat de opgravingen plaatsvonden op grond die eigendom was van de regering van Nederlands-Indië.
Na een proces van drie jaar en op basis van uitgebreid onderzoek van vijf maanden heeft de Commissie Koloniale Collecties geadviseerd om de Dubois-collectie onvoorwaardelijk terug te geven aan Indonesië. Op 26 september 2025 kondigde de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan dat de collectie van 28.000 fossielen zou worden teruggegeven aan Indonesië. De fossielen die bekend staan als de Javamens werden op 17 december 2025 teruggegeven aan Indonesië, de rest van de collectie volgt in de komende maanden.
Het belang van de Dubois-collectie kan niet los worden gezien van het koloniale verleden van Nederland en Indonesië. Door de culturele geschiedenis van de collectie centraal te stellen in het herkomstonderzoek (naast de wetenschappelijke waarde ervan), komt een verhaal naar voren waarin alle facetten van het (post)koloniale verleden zichtbaar worden: van de onderdrukking van de lokale Indonesische bevolking tot de ontwikkeling van hedendaagse wetenschappelijke disciplines in Nederland, Nederlands-Indië en Indonesië en de ambigue postkoloniale betrekkingen tussen Nederland en Indonesië in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Deze blog laat zien dat natuurhistorische collecties – hoewel ze vaak als puur wetenschappelijk en dus ‘neutraal’ worden beschouwd – niet los kunnen worden gezien van culturele en politieke ontwikkelingen en dat ze niet uitsluitend wetenschappelijke waarde hebben. Bovendien roept het belangrijke vragen op over het traditionele onderscheid tussen cultuurhistorische (of etnografische) en wetenschappelijke (of natuurhistorische) collecties. Om deze reden moeten de huidige discussies over de teruggave van voorwerpen die in de koloniale tijd zijn verzameld of geroofd worden uitgebreid zodat ze niet alleen betrekking hebben op culturele voorwerpen, maar ook op andere soorten collecties.
Om de historische en huidige betekenis van objecten beter te begrijpen en om er ethisch verantwoord mee om te gaan, is informatie over hun herkomst en verwervingsgeschiedenis van essentieel belang. Herkomstonderzoek is een doorlopend proces voor musea. Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt instellingen die collecties beheren bij dit werk door kennis en informatie te delen en belanghebbenden een netwerk te bieden. Wilt u meer weten of informatie met ons delen? Neem alstublieft contact met ons op!
Referenties en verdere informatie
De informatie in deze blog is afkomstig uit de herkomstonderzoeksrapporten die deel uitmaken van de aanbeveling van de onafhankelijke Commissie Koloniale Collecties, op een artikel geschreven door herkomstonderzoeker Wiebe Reints en gepubliceerd op de website van het NIOD, en op een telefoongesprek met herkomstonderzoeker Klaas Stutje. Meer informatie over de teruggave van de Dubois-collectie is te vinden op de website van de Nederlandse overheid. Voor meer informatie over het Nederlandse beleid ten aanzien van collecties uit een koloniale context verwijzen wij u naar de website van het Consortium Koloniale Collecties.
Datum: 15 januari, 2026
Tijd: 15:30-17:00 (CET)
Locatie: KITLV, Herta Mohr (Kamer 1.30) en online via Zoom.
Organisatie: Koninklijk Nederlands Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV)
Voertaal: Engels
In 2026 viert KITLV zijn 125ste jubileum. Voor de jubileum seminar serie, nodigt KITLV sprekers uit die in de afgelopen 25 jaar hebben samengewerkt met het instituut, als fellow of in gezamenlijke onderzoeksprojecten. Voor de eerste seminar, heeft KITLV Valika Smeulders (Rijksmuseum) uitgenodigd voor een middag over het Rijksmuseum, de collectie en het onderzoek.
[De tekst gaat verder in het Engels]
The Rijksmuseum in Amsterdam is renowned world wide for its art collection, with the seventeenth century at its heart, featuring Rembrandt, Vermeer and Frans Hals. As many European national museums built in the 19th century, its focus has been on the pride and glory of the Netherlands. Still, the 17th century is also the century of the foundation of the Dutch East India and West India Companies.
How does a Dutch museum re-invent itself to align with new insights and societal changes? How are the museum field and research focuses and policies changing? In her talk, Valika Smeulders will be reflecting on the work the museum has been doing in recent years, and looking forward into the coming years.
Symposium: het landschap en cultureel erfgoed van Saba en Sint EustatiusDatum: 19 februari 2026
Tijd: 15:00-19:00
Locatie: Amersfoort, Oranjestad (Sint Eustatius) en online
Organisatie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Openbare Lichamen van Saba en Sint Eustatius.
Voertaal: Engels
Saba en Sint Eustatius zijn twee kleine eilanden in het Caribisch gebied. Binnen het Koninkrijk der Nederlanden hebben zij, samen met Bonaire, de status van ‘bijzondere gemeente’. De geschiedenis van Saba en Sint Eustatius gaat duizenden jaren terug. Van dit verleden is in het landschap nog veel terug te vinden. Experts van Saba en Sint Eustatius, uit het Caribisch gebied en uit Europees Nederland hebben dit cultureel erfgoed onderzocht en beschreven. Op 19 februari 2026 presenteren zij dit op een symposium, georganiseerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de Openbare Lichamen van Saba en Sint Eustatius.
Op Saba, The Unspoiled Queen van de Cariben, hebben mensen zichzelf steeds aangepast aan veranderende omstandigheden. De natuur is er ongerept en het eiland is befaamd om haar nevelbos op de vulkaan en koraalrif in de Saba Bank. Sint Eustatius, The Historical Gem van de Cariben, kent een heel andere geschiedenis. Het was ooit het centrum van de Caribische handel. Producten uit alle windstreken werden er verhandeld, maar het was ook een belangrijke haven voor de handel in tot slaaf gemaakten. Beide eilanden kennen tegenwoordig hun geheel eigen architectuur, landschappen, feesten en tradities.
Het landschap en erfgoed van Saba en Sint Eustatius zijn voor de eerste keer samengebracht in twee boeken en op digitaal beschikbare kaarten. Dit is nodig, want de ruimtelijke opgaven zijn groot. Toerisme, woningbouw, demografische ontwikkelingen en klimaatverandering vormen een bedreiging voor het karakter van beide eilanden.
Met een live verbinding wordt op deze dag een connectie gelegd tussen Sint Eustatius en Amersfoort. Zo kunnen zowel de bewoners van Caribisch Nederland als die van Europees Nederland de gedeelde geschiedenissen van Saba en Sint Eustatius leren kennen.
Acht toewijzingen voor NWA onderzoek naar collecties met een koloniale contextNWO heeft financiering toegewezen aan acht onderzoeken binnen de tweede ronde van de Call Onderzoek naar collecties met een koloniale context. De toegewezen projecten hebben als doel kennisontwikkeling, kennisuitwisseling en samenwerking te bevorderen tussen onderzoekers uit herkomstlanden en musea in Nederland.
Voor deze Call is een budget beschikbaar van ruim 1,2 miljoen euro. Voor research exchange voorstellen is maximaal € 35.000 beschikbaar. Voor consortium grant voorstellen is maximaal € 350.000 beschikbaar. In juli 2024 werd financiering toegewezen aan elf onderzoeken binnen de eerste ronde van deze Call.
Verslag Europese Werkconferentie over Collecties uit Koloniale ContextTussen 23-25 september 2025, verzamelden ongeveer 80 deelnemers zich in Nederland voor de Europese Werkconferentie over Collecties uit Koloniale Context, georganiseerd door het Consortium Koloniale Collecties. Deze conferentie bracht museum professionals die werken met objecten uit koloniale context samen, om ervaringen en praktische kennis uit te wisselen. De bijeenkomst droeg bij aan een actuele dialoog, en aan het streven naar een duurzaam netwerk voor professionals die zich wijden aan transparant en verantwoord beheer. We delen graag een samenvatting en een uitgebreid verslag van deze conferentie.
[De tekst gaat verder in het Engels]
The programme of the European Working Conference on Collections from Colonial Contexts, ran for three days and was hosted at the Cultural Heritage Agency of the Netherlands in Amersfoort and the Wereldmuseum in Leiden. The programme consisted of sixteen speakers who each presented a case study from a European context. The sessions were centred around the key themes of the conference:
Additionally, the programme included poster presentations.
The main points that emerged during the conference highlighted the importance of (1) accountability in working towards undoing of historical injustice, of (2) collaboration with communities of origin to make restitution into a meaningful practice that is guided by communities of origin and has the potential to establish long-term partnerships between institutions and communities, and of (3) institutions giving the reigns to communities of origin in collaborative processes, allowing communities to set the agenda and reappropriate collections through their own narratives. Reflecting on these takeaways, it becomes clear that meaningful collaboration requires openness, transparency and accountability from European institutions, in order to not reproduce relationships of the colonial past. Putting meaningful collaboration into practice was a continuous thread throughout the conference. Based on the outcomes of the conference and the next steps suggested by the participants, the Consortium intends to take several steps to initiate our shared responsibility of maintaining the networks and continuing the conversations and dialogues held during the conference. These steps include offering a platform that participants can actively participate in to share updates on their projects related to the careful handling of collections from a colonial context and offering a space for thematic expert meetings on important topics and issues that emerged. Museum professionals working with collections from a colonial context are invited to think along with these initiatives and give their input. The Consortium intends to share more about these next steps in the beginning of 2026.
The Consortium looks back on a conference that was successful in bringing together museum professionals working in Europe to exchange experiences and dilemmas relating to handling collections from a colonial context and building a network for those working with these collections. At the same time, we recognize that this conference had limitations, including the decision to only invite museum professionals working in Europe, which meant that the voices of communities of origin largely remained absent. Looking back on this conference, it is thus important to note that the takeaways have emerged within conversations between museum professionals working in Europe. We look forward to continuing the dialogue and expanding the network beyond museum professionals in Europe.




Presented by Dr. Ulrike Lötzsch and Isabelle Reimann
Presented by Dr. Csilla Ariese
Presented by Anne Nielsen
Presented by Roxali Bijmoer and Annika Hendriksen
Presented by Natasja den Ouden
Presented by Wiebe Reints and Maarten van der Bent
Presented by Basil Bucher
Presented by Aila Özvegyi


All images by Kevin Kwee
Humboldtuniversiteit Berlijn | Jubileum Netwerk Koloniale ContextenDatum: 26 november 2025
Tijd: 16:00-19:00
Locatie: Humboldtuniversiteit Berlijn
Organisatie: Humboldtuniversiteit Berlijn, Netwerk Koloniale Contexten
Voertaal: Duits/Engels
Op 26 november 2025 viert het Netwerk Koloniale Contexten van de Humboldtuniversiteit in Berlijn hun 5-jarig bestaan. Ter ere hiervan organiseren, nodigen ze geïnteresseerden voor het eerst uit voor een live evenement in Berlijn. Tijdens dit evenement wordt stilgestaan bij de activiteiten en bijeenkomsten georganiseerd over de laatste jaren en wordt naar de toekomst gekeken.
Het programma omvat een rondleiding door de archieven van de kunst bibliotheek en een rondetafelgesprek met Sarah Fründt (German Lost Art Foundation), Andrea Scholz (Staatliche Museen zu Berlin) en Richard Kuba (Frobenius Institute for Research in Cultural Anthropology), gevolgd door een borrel en diner.
Afsluiting Pressing Matter | Rethinking the Restitutionary Moment: What Next?Datum: 27-28 november 2025
Tijd: 09:00-17:00
Locatie: Wereldmuseum Leiden
Organisatie: Pressing Matter, Vrije Universiteit Amsterdam, Wereldmuseum, Research Center for Material Culture
Voertaal: Engels
Het meerjarige onderzoeksproject Pressing Matter: Ownership, Value and the Question of Colonial Heritage in Museums wordt eind 2025 afgesloten. Pressing Matter, gefinancierd door de Nationale Wetenschapsagenda (NWA-NWO) en door de consortiumpartners, onderzocht de toekomst van objecten verzameld uit een koloniale context. Het keek naar de mogelijkheden voor ‘koloniale objecten’ om bij te dragen aan herstel van historisch onrecht en hoe om te gaan met verschillende stakeholders van deze objecten. Deze afsluitende conferentie gaat in op wat Pressing Matter’s kritische vriend Professor Ciraj Rassool, heeft omschreven als de restitutionary moment die samenlevingen op dit moment beleven.
[Tekst gaat verder in het Engels]
This final confernce explores what Pressing Matter’s critical friend, Professor Ciraj Rassool, has described as the restitutionary moment we now inhabit. The conference is conceived of as a series of provocations from distinguished international scholars who have been involved, both both theoretically and practically, in the discussions around the question of what to do with the objects collected during the colonial period that now reside in European Museums. Each presenter is asked to respond to the question ‘what now, what next?’. These presentations will be followed by extended conversations with the different researchers from the Pressing Matter project about their initial aims at the beginning of the project, what we have done, and how these aims may have been revised over the period of the project. Importantly, the conference explores what further work must be done to achieve the kinds of changes that Pressing Matter had imagined at the start of the project: to explore how we might conceive of restitution beyond its programmatic and policy limitations, but also to address the questions that this restitutionary moment raises in national and international contexts about living within the afterlives of colonialism.
Achille Mbembe: A Future of Solidarity
The two-day conference is preceded by a Brainwash Special with Achille Mbembe at the Wereldmuseum Amsterdam on Wednesday 26 November 2025, from 19:00-22:00. In this Brainwash Special, Wayne Modest, Director of Content at Wereldmuseum Amsterdam, will be in conversation with Achille Mbembe to discuss the fractures that define our societies today. How do we hold on to solidarity in a world that seems to divide rather than connect? And what might a future look like in which everyone truly matters?
Seminar: Moving objects, mobilising culture in the context of (de)colonizationDatum: Dinsdag 18 november
Tijd: 15:00-16:30
Locatie: KITLV, Herta Mohr gebouw, kamer 1.30 (Witte Singel 27A, Leiden) en online via Zoom
Organisatie: KITLV/Koninklijk Nederlands Instituut voor Taal-, Land-, en Volkenkunde
Voertaal: Engels
Tijdens dit seminar presenteren de 2025-2026 Fellows van het NIAS-NIOD-KITLV Fellowship Moving Objects, Mobilising Culture hun onderzoek. Het programma omvat presentaties van Panggah Ardiyansyah, Leandro Mathews Cascon en Ganga Dissanayaka.
[De tekst gaat verder in het Engels]
The Moving Objects, Mobilising Culture Fellowship enables researchers and heritage practitioners from formerly colonized countries to access and conduct research on (collections of) objects – whether defined as cultural, historical, ancestral, art or otherwise – which are currently (lost) in the Netherlands, as well as on related archives and documentation. This fellowship is funded by the Colonial Collections Consortium.
The fellows are invited to actively use, reflect on and engage with these collections, but are also encouraged to explore and (re-)establish connections with related communities, collections and sites in the country of origin or other countries. Fellows are encouraged to follow queries regarding the social histories and valuation of objects, in relation to or beyond questions of restitution, and to seek for the signification of objects and their trajectories in space and time, beyond the framings of heritage institutions or national histories.
HERE: Heritage Reflections 2025Datum: Maandag 10 november
Tijd: 14:00 – 17:30
Locatie: Wereldmuseum Amsterdam
Organisatie: Mondriaan Fonds en Wereldmuseum Amsterdam
Voertaal: Engels
Op 10 november 2025 organiseren het Wereldmuseum Amsterdam en het Mondriaan Fonds een nieuwe editie van HERE: Heritage Reflections 2025. HERE is een kennisevent voor nieuwe en ervaren erfgoedprofessionals. Het doel is het samenbrengen van professionals om zo kennisuitwisseling en vernieuwing te stimuleren.
Het programma omvat een plenaire discussie, workshops en rondleidingen door het Wereldmuseum. Tijdens een workshop over herkomstonderzoek zullen sprekers van het Consortium Koloniale Collecties de deelnemers op weg helpen met het gebruik van de Datahub Koloniale Collecties en krijgen deelnemers inzicht in de nieuwe ontwikkelingen rondom het platform.