Colonial Collections Consortium
Save the Date | Towards Transparency: Access to Collections from Colonial Contexts

Tussen 19 en 23 november, organiseert het Consortium Koloniale Collecties het internationale evenement Towards Transparency: Access to Collections from Colonial Contexts. Transparantie van collecties uit koloniale context staat centraal voor het werk van het Consortium, dat zich richt op het herstel van historisch onrecht. Tijdens dit evenement lanceren we twee instrumenten die het Consortium de afgelopen jaren heeft ontwikkeld om de transparantie rond collecties van koloniale context te vergroten: de Koloniale Collecties Datahub en de Zoekhulpen. Daarnaast biedt het evenement ruimte om ideeën en perspectieven uit te wisselen over de betekenis van transparantie in de context van deze collecties. Het fysieke evenement op 23 november wordt voorafgegaan door twee dagen online uitwisseling op 19 en 20 november.

Het programma combineert online verhalen, gesprekken en demonstraties met een evenement op locatie bij het Wereldmuseum Leiden op 23 november. We nodigen erfgoedprofessionals, onderzoekers, herkomstgemeenschappen, a en andere geïnteresseerden voor dit meerdaagse evenement. Samen duiken we verder in transparantie, toegankelijkheid en herkomstonderzoek voor collecties uit koloniale context. We bespreken hoe informatie over collecties toegankelijk gemaakt kan worden, maar ook welke kennis gerepresenteerd wordt, welke kennis mist en hoe we samen kunnen werken aan het vergroten van de transparantie rond deze collecties.

Meer informatie over het programma en registratie volgt binnenkort. Wil je op de hoogte blijven van dit evenement? Via onderstaande knop kun je je inschrijven voor de Towards Transparency mailing lijst.

Towards Transparency: Access to Collections from Colonial Contexts | Op locatie

Datum: 23 november
Locatie: Wereldmuseum Leiden (Steenstraat 1B, 2312 BS Leiden)
Organisatie: Consortium Koloniale Collecties
Voertaal: Engels

Tussen 19 en 23 november, organiseert het Consortium Koloniale Collecties het internationale evenement Towards Transparency: Access to Collections from Colonial Contexts. Transparantie van collecties uit koloniale context staat centraal voor het werk van het Consortium, dat zich richt op het herstel van historisch onrecht. Tijdens dit evenement lanceren we twee instrumenten die het Consortium de afgelopen jaren heeft ontwikkeld om de transparantie rond collecties van koloniale context te vergroten: de Koloniale Collecties Datahub en de Zoekhulpen. Daarnaast biedt het evenement ruimte om ideeën en perspectieven uit te wisselen over de betekenis van transparantie in de context van deze collecties. Het fysieke evenement op 23 november wordt voorafgegaan door twee dagen online uitwisseling op 19 en 20 november.

Op maandag 23 november, bouwen we tijdens een fysiek evenement in Wereldmuseum Leiden voort op de gesprekken en dialogen die tijdens het online programma op 19 en 20 november zijn gevoerd. In plaats van focussen op het introduceren van de instrumenten, biedt het fysieke evenement ruimte voor diepgaande dialogen, kritische reflectie en uitwisseling rond de vragen die transparantie oproept: Wiens kennis wordt gerepresenteerd? Welke kennis blijft ontoegankelijk? Welke verantwoordelijkheden hebben erfgoedinstellingen? En hoe kunnen verschillende vormen van kennis bijdragen aan meer transparantie praktijken?

Tijdens het fysieke evenement, ontdekken deelnemers meer over hoe de Datahub en de Zoekhulpen ontwikkeld, nemen ze deel aan discussies en dialogen over het belang van transparantie voor collecties uit koloniale context en kijken we samen vooruit, naar andere mogelijke manieren waarop we kunnen samenwerken om transparantie rond deze collecties te vergroten.

Meer informatie over het programma en registratie wordt binnenkort beschikbaar. Wil je op de hoogte blijven over dit evenement?Via onderstaande knop kun je je aanmelden voor onze Towards Transparency mailing lijst.

Towards Transparency: Access to Collections from Colonial Contexts | Online

Datum: 19 en 20 november
Locatie: Online
Organisatie: Consortium Koloniale Collecties
Voertaal: Engels

Tussen 19 en 23 november, organiseert het Consortium Koloniale Collecties het internationale evenement Towards Transparency: Access to Collections from Colonial Contexts. Transparantie van collecties uit koloniale context staat centraal voor het werk van het Consortium, dat zich richt op het herstel van historisch onrecht. Tijdens dit evenement lanceren we twee instrumenten die het Consortium de afgelopen jaren heeft ontwikkeld om de transparantie rond collecties van koloniale context te vergroten: de Koloniale Collecties Datahub en de Zoekhulpen. Daarnaast biedt het evenement ruimte om ideeën en perspectieven uit te wisselen over de betekenis van transparantie in de context van deze collecties. Het fysieke evenement op 23 november wordt voorafgegaan door twee dagen online uitwisseling op 19 en 20 november.

Het online programma op donderdag 19 en vrijdag 20 november opent het gesprek voor een internationaal publiek door verhalen, onderzoek casussen en dialogen, en door praktische demonstraties van de Datahub en de Zoekhulpen. Deelnemers ontdekken hoe informatie over collecties beschikbaar wordt gemaakt, krijgen verschillende perspectieven op transparantie en herkomstonderzoek te horen en leren meer over de mogelijkheden en moeilijkheden in het werken met digitale informatie over collecties.

Tijdens het fysieke evenement op 23 november bouwen we verder op de gevoerde gesprekken. Meer informatie over het fysieke evenement is hier beschikbaar.

Meer informatie over het programma en registratie wordt binnenkort beschikbaar. Wil je op de hoogte blijven van dit evenement? Via onderstaande knop kun je je inschrijven voor de Towards Transparency mailing lijst.

Wie bepaalt de geschiedenis? Beeld en Geluid doet herkomstonderzoek naar de Sticusa-filmcollectie

De onderzoeken uit de tweede ronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn nog in volle gang. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid doet herkomstonderzoek naar drie audiovisuele werken in hun collectie. De werken werden geproduceerd in opdracht van de Stichting voor Culturele Samenwerking (Sticusa), een instituut dat tussen 1955 en 1991 een centrale rol speelde in de culturele uitwisseling tussen Nederland en de landen Suriname, Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Maarten en Sint-Eustatius. Dit herkomstonderzoek richt zich op drie specifieke producties: Lanta Para Watapana (1974) en Mosaiko Kultural (1979) van Wilbert Tecla, en Buskando (1973) van René van Nie. Het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid beheert deze Sticusa-filmcollectie, vanwege een fusie met onder andere het filmarchief van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD).

Herkomstonderzoek binnen koloniale context

Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid de herkomstgeschiedenis van drie audiovisuele werken in hun archief. Daarbij staan de volgende vragen centraal:

  • Wat is de feitelijke totstandkoming van de werken?
  • In welke sociaal-politieke context werden de films gecreëerd en geconsumeerd?
  • Hoe hebben machtsverhoudingen, financieringsstructuren en redactionele bemoeienis de representatie van de Caribische geschiedenis gevormd?
  • Wie waren betrokken bij de opdrachten? En welke rol speelde de bevolking in de Caribische landen?
  • Op welke manier werkt de koloniale context door in de inhoud van de films?

De urgentie van herkomstonderzoek

Erfgoedexpert Dyonna Bennett deed het onderzoek door verschillende methodes samen te brengen om een gelaagd en (theoretisch) gelijkwaardig beeld te kunnen vormen, denk aan archiefstukken, filmische analyse en orale geschiedenis. Eén van de doelen was om de complexe en vaak schurende dynamiek tussen de Nederlandse institutionele kaders en de opkomende Caribische audiovisuele autonomie van de jaren 1970 bloot te leggen.

De urgentie van dit herkomstonderzoek komt voort uit de noodzaak tot kritische reflectie op hoe machtsverhoudingen de geschiedenis bepalen. In een tijd waarin archieven streven naar meerstemmigheid en inclusiviteit, is het noodzakelijk om te onderzoeken wie betrokken waren bij de opdrachten, welke rol de inwoners van de Caribische landen speelden en op welke wijze de koloniale context doorwerkt in de inhoud van de werken. Veel van de betrokken makers en deskundigen uit de bewuste periode zijn op hoge leeftijd of leven helaas niet meer, wat het raadplegen van sleutelfiguren die er nog wel zijn cruciaal maakt. Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt samenwerking en onderzoek bij musea, onderzoeksinstellingen en archieven om nieuwe kennis te vergaren over deze verweven koloniale geschiedenis. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, waardoor collectiebeherende instellingen – zoals Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid – verrijkend onderzoek kunnen doen naar de koloniale herkomst van hun collectie.

Wil je zelf meer weten over de rol van archieven in het beheren van objecten uit koloniale context? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.

Een Chinees ‘eretapijt’ in Limburgs Missiemuseum Steyl

Meer dan een jaar na de start van de onderzoeken van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste tien onderzoeksprojecten grotendeels afgerond. Zo ook bij Missiemuseum Steyl, waar een onderzoek is gedaan naar de herkomst van een Chinees eretapijt dat onder niet geheel duidelijke omstandigheden deel werd van de collectie.

Het eretapijt werd midden negentiende eeuw geschonken aan de Chinese veldheer en bestuurder Tianjue Zhou. In 1901 kwam het in handen van de missionaris Anton Volpert van de SVD-congregatie in Steyl – een periode die samenvalt met de nasleep van de Boxeropstand (1899–1901), toen in China op grote schaal werd geplunderd. Daarom bestaat het vermoeden dat dit object via roof is weggenomen.

Onderzoek naar betekenis en context

Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzocht het museum stap voor stap hoe dit tapijt terecht kwam in Steyl. Daarbij stonden vragen centraal als:

  • Hoe kwam het tapijt in bezit van de SVD?
  • Wat was de functie en symbolische betekenis van het object binnen de oorspronkelijke Chinese context?
  • Hoe gaven missionarissen het vervolgens een nieuwe, religieuze of museale betekenis in Steyl?

Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met PhD-student Yang Hu van de Universiteit Leiden. Haar kennis van de Chinese taal en cultuur bleek van groot waarde: bij nadere bestudering van het tapijt zijn namelijk vervaagde karakters in de marge ontdekt, die dankzij strijklicht weer zichtbaar werden. Yang vertaalde en interpreteerde deze tekens, die mogelijk inzicht geven in de oorspronkelijke status en betekenis van het object.

Chinees eretapijt met Baxian-motieven. Collectie Missiemuseum Steyl.

Onderbelichte koloniale verbanden

Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat het licht werpt op een relatief onbekende periode van Duits kolonialisme in China, waarin de SVD actief was. De missiecongregatie speelde destijds een rol in de gebeurtenissen die leiden tot de Boxeropstand. Tegelijk helpt het onderzoek te begrijpen waarom dergelijke objecten door missionarissen werden verzameld en vervolgens in Steyl tentoongesteld werden. Voor hedendaagse bezoekers levert dat nieuwe context en kritisch inzicht in de koloniale geschiedenis van de collectie.

De waarde van samenwerking

Het project illustreert het belang van samenwerking in de zorgvuldige omgang met collecties uit koloniale context. Het Consortium Koloniale Collecties werkt samen met musea, onderzoeksinstellingen en archieven aan nieuw kennis over de herkomst van koloniale objecten. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, zodat ook kleinere instellingen – zoals Missiemuseum Steyl – diepgravend onderzoek kunnen doen. Hou onze website in de gaten, binnenkort vind je namelijk het herkomstrapport van het eretapijt in de collectie van Missiemuseum Steyl.


Wil je zelf meer weten over de rol van missionarissen en zendelingen in gekoloniseerde gebieden? Het NIOD ontwikkelde hierover voor het Consortium Koloniale Collecties een digitale zoekhulp waarin ook collecties, zoals die van Missiemuseum Steyl, zijn opgenomen. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.

Indiase sitsen in de Zaanstreek

Na een succesvolle eerste ronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn ook de onderzoeksprojecten uit de tweede aanvraagronde al gestart. In het Zaans Museum wordt een uniek onderzoek uitgevoerd naar ruim honderd kledingstukken die zijn gemaakt van sits: een katoenen stof uit India, meestal handbeschilderd met gebloemde motieven.

Sits wordt al eeuwenlang in India gemaakt. Vanaf de 17e eeuw werd de stof door de VOC geïmporteerd en door groeiende populariteit werd deze ook al snel in Europa nagemaakt. In de Zaanstreek was deze stof ook populair. De omvangrijke modecollectie van het Zaans Museum bevat veel 18e-eeuwse kledingstukken waarvan wordt aangenomen dat het Indiase sits is. Ontbrekende expertise maakte het eerder echter onmogelijk om een onderscheid te maken tussen Indiase en Europese stoffen. 

Onderzoek naar materiaal

Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt het museum nu welke kledingstukken gemaakt zijn van stof afkomstig uit India. Daarbij staan de volgende vragen centraal:

  • Is het object gemaakt van Indiase sits of is het een Europese imitatie?
  • Wat kan worden ontdekt over het materiaal? (Denk aan waar en wanneer de stof is gemaakt, hoe het is gemaakt, en wat de betekenis van de motieven is.)
  • Wat is de herkomst van de objecten en van wie zijn de sitsen geweest?
  • Hoe zijn de sitsen objecten in de collectie terecht gekomen?
  • Hoe kwam sits in de Zaanstreek terecht en hoe speelden Zaankanters een rol in de sitshandel?

De Zaanse identiteit en sits

Tot nu toe werden de sitsen kledingstukken vooral gezien als voorbeelden van Zaanse streekdracht en daarmee een uitdrukking van de Zaanse identiteit. In dit onderzoek staat juist de koloniale oorsprong van het materiaal centraal, waarmee licht wordt geworpen op de sits als product uit koloniale handelsnetwerken en ongelijke machtsverhoudingen, maar ook als voorbeeld van culturele interactie en vermenging van culturele identiteit. Middels samenwerking met experts (makers en historici) uit India, wordt kennis uitgewisseld en worden de kledingstukken onderzocht vanuit verschillende perspectieven. 

Opbouwen van kennis en expertise

De financiële ondersteuning van het Consortium Koloniale Collecties maakt het mogelijk voor het Zaans Museum om kennis en expertise op te bouwen over de koloniale oorsprong van hun collectie. Het Consortium Koloniale Collecties werkt samen met musea, onderzoeksinstellingen en archieven aan nieuwe kennis over de herkomst van koloniale objecten. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, opdat ook kleinere instellingen – zoals het Zaans Museum – diepgravend onderzoek kunnen doen naar de koloniale banden van hun collectie.

Wil je zelf meer weten over de rol die handel in gekoloniseerde gebieden speelde in de circulatie van deze voorwerpen in Europa? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.

De Indonesische objecten van Keramiekmuseum Princessehof

Eén jaar na de sluiting van de eerste aanvraagronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste onderzoeken in volle gang. Keramiekmuseum Princessehof doet herkomstonderzoek naar verschillende Indonesische objecten uit hun collectie; het museum beheert er momenteel ruim 1.800. Vanaf 2025 onderzoekt het museum opnieuw de herkomst van de objecten, want de eerdere onderzoeken hadden tot weinig resultaat geleid. Maar nu de eerste 100 objecten, met een mogelijk problematische herkomst, worden onderzocht werpen de resultaten licht op de collectie als geheel.

Herkomstonderzoek naar Indonesische objecten

Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt Museum Princessehof de herkomstgeschiedenis van objecten in hun collectie, het onderzoek wordt per object gedaan. Daarbij staan de volgende vragen centraal:

  • Op welke manier kunnen herkomstgegevens aangevuld worden? Wat is er terug te vinden in reisdagboeken, laboratoriumtesten en fotoalbums?
  • Welke kunsthandelaren en ‘verzamelaars’ in de koloniale periode hadden interesse in Indonesische objecten?
  • Welke objecten in de collectie hebben een problematische herkomst?
  • Welke culturele of religieuze waarde hebben de objecten in het land van herkomst?
GMP 1947-015, tempelwachter, Hindoe-Javaans, Midden-Java. In 1947 door Ottema gekocht bij galerie Lemaire in Amsterdam

Combineren van specialismen voor gericht herkomstonderzoek

Begin jaren 1960 poogde het museum de tot dan toe opgebouwde collectie Indonesische objecten te inventariseren. Omdat het museum zich in de jaren daarop ontwikkelde tot een gespecialiseerd keramiekmuseum, viel onderzoek naar de Indonesische niet-keramische voorwerpen daarna echter grotendeels stil. Het huidige onderzoek is erop gericht om de herkomst van deze objecten vast te stellen of aannemelijk te maken. De onderzoekers combineren hiervoor de oorspronkelijke objectdocumentatie in het archief van Princessehof met andere archiefbronnen, zoals aantekeningen en dagboeken van de verzamelaars of correspondentie van kunsthandelaars. Ook wordt onderzoek verricht aan de objecten zelf.

Zo is in samenwerking met Lab op Pad van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed onderzoek verricht naar het metaal van de talams (grote bronzen offerschalen) in de collectie, wat aantoonde dat ze vrijwel zeker langdurig onder de grond hebben gelegen. Daarnaast kwamen verschillende specialisten op het gebied van etnografica en Indonesische wapens naar de collectie kijken. Dit gaf, ook bij voorwerpen waar de exacte herkomst van onbekend is, veel aanvullende informatie over de context waarin deze voorwerpen werden verzameld.

Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt samenwerking en onderzoek bij musea, onderzoeksinstellingen en archieven om nieuwe kennis te vergaren over deze verweven koloniale geschiedenis. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, waardoor collectiebeherende instellingen – zoals Keramiekmuseum Princessehof – verrijkend onderzoek kunnen doen naar de koloniale herkomst van hun collectie.

Wil je zelf meer weten over het belang van het combineren van onderzoek in het beheren van objecten uit koloniale context? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.

Museum Prinsenhof Delft onderzoekt deelcollectie met Indonesische objecten

Eén jaar na de sluiting van de eerste aanvraagronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste tien onderzoeksprojecten grotendeels afgerond. Museum Prinsenhof Delft doet onderzoek naar twaalf objecten uit de deelcollectie Nusantara, die vanuit Indonesië en via de collecties van verschillende instellingen uiteindelijk onder beheer kwamen van het museum.

De Indische Instelling in Delft werd in 1864 opgericht als opleidingsinstituut voor Nederlandse koloniale ambtenaren die werden uitgezonden naar het huidige Indonesië. De objecten die door de instelling waren verzameld werden in het onderwijs gebruikt. Na de opheffing van de Indische Instelling in 1901, werd in 1911 een etnografisch museum opgericht om de collectie te bewaren. Dit werd uiteindelijk Museum Nusantara.

Museum Nusantara sloot in 2013 haar deuren, waarna de collectie werd ontzameld en herbestemd aan verschillende musea in binnen- en buitenland. Een klein deel van de collectie bleef in Delft en kwam onder het beheer van Museum Prinsenhof. De deelcollectie Nusantara bestaat uit ongeveer 460 objecten, waaronder kleding, religieuze objecten, poppen, meubels, (miniatuur)wapens en sieraden.

De deelcollectie Nusantara

Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt het museum de herkomstgeschiedenis van twaalf objecten uit de deelcollectie. Daarbij staan de volgende vragen centraal:

• Hoe kwamen koloniale objecten uit Indonesië terecht in Delft?

• Waar komen ze vandaan, hoe zijn ze verzameld en waarom belandden zij in de etnografische collectie van de Indische instelling of Museum Nusantara?

• Wat vertellen deze objecten ons over de relatie tussen Delft en Indonesië?

• Wat is de betekenis van de objecten voor de gemeenschappen van herkomst?

Stafknop, Collectie Museum Prinsenhof Delft (voorheen collectie voormalig Museum Nusantara)
Paard met kar, Collectie Museum Prinsenhof Delft (voorheen collectie voormalig Museum Nusantara), aankoop met steun van de Vereniging Rembrandt. Foto: Tom Haartsen

Koloniale banden tussen Delft en Indonesië

Museum Prinsenhof Delft wil na hun verbouwing het verhaal van de koloniale geschiedenis van Delft transparant en completer tonen aan hun bezoekers. Het delen van de herkomstgeschiedenis van deze objecten is een onderdeel hiervan. De resultaten van het onderzoek krijgen daarom een plek in de nieuwe vaste presentatie van het museum. In het stadsprogramma de Delftse Blik gaat het museum tevens met bezoekers en Delftenaren in gesprek over deze collectie. Door de verhalen van de collectie breed te delen biedt het museum na de heropening een nieuw perspectief op de koloniale relatie tussen Delft en Indonesië.

Meerwaarde van herkomstonderzoek

Ondanks dat het onderzoek zich heeft gericht op twaalf specifieke objecten, heeft het herkomstonderzoek ook informatie over andere objecten en belangrijke aspecten van de verweven koloniale geschiedenis aan het licht gebracht. Het onderzoek heeft namelijk vooral laten zien hoe sterk de Indische Instelling verweven was met het koloniale systeem, en hiermee ook de deelcollectie van het museum.

Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt samenwerking en onderzoek bij musea, onderzoeksinstellingen en archieven om nieuwe kennis te vergaren over deze verweven koloniale geschiedenis. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, waardoor collectiebeherende instellingen – zoals Museum Prinsenhof Delft – verrijkend onderzoek kunnen doen naar de koloniale herkomst van hun collectie.

Wil je zelf meer weten over de rol van ambtenaren in het verzamelen van objecten uit koloniale context? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties, waarin ook Museum Nusantara als belangrijke instelling is opgenomen. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.

Vier musea ontvangen een bijdrage voor herkomstonderzoek naar koloniale collecties

Vier musea ontvangen een bijdrage van het Consortium Koloniale Collecties voor herkomstonderzoek binnen de Regeling Herkomstonderzoek. Met deze ondersteuning gaan zij de herkomstgeschiedenis in kaart brengen van (delen van) hun collectie of specifieke objecten waarvan aanwijzingen bestaan dat deze in een koloniale context zijn verworven.

Toegekende projecten

Lees hieronder meer over de toegekende projecten.

Chabot Museum (€25.570)

Het Chabot Museum onderzoekt de herkomst van circa 22 West-Afrikaanse etnografische objecten uit de collectie-Schortenmeijer. Het project richt zich op transparantie over oorsprong, verwerving en koloniale context, en beoogt een zorgvuldigere en eerlijkere presentatie van de collectie. Er wordt onder meer gekeken naar archieven, kunsthandelnetwerken en mogelijke herkomstlanden, zoals Ivoorkust.

Museum Gouda (€17.400)

Museum Gouda, opgericht in 1874 en uitgegroeid tot een collectie van meer dan 40.000 objecten, onderzoekt twee specifieke objecten met onduidelijke herkomst. Het gaat om een bijzondere ivoren pijpfoedraal afkomstig uit Sri Lanka en een porseleinen kwispedoor uit Curaçao, geschonken in 1967. Via archiefonderzoek, objectstudie en literatuur wordt de herkomstgeschiedenis gereconstrueerd.

Naturalis Biodiversity Center (€27.030)

Naturalis onderzoekt de herkomst van botanische en zoölogische collecties uit vroege 20-eeuwse Nederlandse expedities in Suriname. Centraal staat de rol van de Inheemse en Marron-gemeenschappen, die actief bijdragen aan het verzamelen van objecten en het produceren van kennis. Door archiefonderzoek en dagboek- en specimenanalyse worden verborgen sporen van lokale kennis en samenwerking zichtbaar gemaakt.

Westfries Museum ( €30.000)

Het Westfries Museum onderzoekt binnen een bredere vernieuwing van de museale presentatie de collectie in een wereldwijde, inclusieve context. In een herwaarderingsproject van circa 36.000 objecten wordt een selectie van 30 objecten uit de Carbasius-collectie (1650-1750) onderzocht op koloniale herkomst. Daarbij ligt de nadruk op archiefbronnen, objectanalyse en mogelijke verbanden met de VOC en koloniale handelsnetwerken. Het doel is om deze context beter zichtbaar te maken en de resultaten te integreren in een vernieuwde presentatie.

Herkomstonderzoek blog #6 is nu te lezen!

In de blogserie presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De zesde blog in de reeks is nu te lezen en gaat over een pad en een foto uit Suriname.

De pad bevindt zich op dit moment in de collectie van Naturalis Biodiversity Center en de historische foto in die van het Wereldmuseum. Deze twee voorwerpen zijn onderdeel van een breder onderzoek naar de rol die individuele Marrons en Inheemse personen in Suriname hebben gespeeld bij het samenstellen van natuurhistorische en etnografische collecties die momenteel in Nederland worden beheerd.

De pad werd op dezelfde dag gevangen als de foto werd genomen – 12 september 1904 – in het kader van een reeks expedities in opdracht van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genoodschap (KNAG). Hoewel kennis opgedaan in deze expedities grotendeels wordt toegeschreven aan de Nederlands die hierbij betrokken waren, blijkt uit recentelijk herkomstonderzoek dat de kennis van betrokken Marrons en Inheemse personen van groot belang was voor de expedities en daarmee voor de totstandkoming van collecties die nu in in Nederlandse musea worden bewaard.

In dit blog lees je over de rol die herkomstonderzoek kan spelen bij het belichten van vertekeningen in het koloniale archief en het ter discussie stellen van ons perspectief op wetenschappelijke expedities in Suriname. Door het bestuderen van een pad die is gevangen op dezelfde dag dat de foto is gemaakt, laat deze blog zien dat het samenbrengen van collecties en bijbehorende documentatie uit verschillende instellingen, bijdraagt aan een beter begrip van de koloniale (collectie)geschiedenis en de geschiedenis van de instellingen die deze collecties tegenwoordig beheren.