Meer dan een jaar na de start van de onderzoeken van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste tien onderzoeksprojecten grotendeels afgerond. Zo ook bij Missiemuseum Steyl, waar een onderzoek is gedaan naar de herkomst van een Chinees eretapijt dat onder niet geheel duidelijke omstandigheden deel werd van de collectie.
Het eretapijt werd midden negentiende eeuw geschonken aan de Chinese veldheer en bestuurder Tianjue Zhou. In 1901 kwam het in handen van de missionaris Anton Volpert van de SVD-congregatie in Steyl – een periode die samenvalt met de nasleep van de Boxeropstand (1899–1901), toen in China op grote schaal werd geplunderd. Daarom bestaat het vermoeden dat dit object via roof is weggenomen.
Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzocht het museum stap voor stap hoe dit tapijt terecht kwam in Steyl. Daarbij stonden vragen centraal als:
Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met PhD-student Yang Hu van de Universiteit Leiden. Haar kennis van de Chinese taal en cultuur bleek van groot waarde: bij nadere bestudering van het tapijt zijn namelijk vervaagde karakters in de marge ontdekt, die dankzij strijklicht weer zichtbaar werden. Yang vertaalde en interpreteerde deze tekens, die mogelijk inzicht geven in de oorspronkelijke status en betekenis van het object.

Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat het licht werpt op een relatief onbekende periode van Duits kolonialisme in China, waarin de SVD actief was. De missiecongregatie speelde destijds een rol in de gebeurtenissen die leiden tot de Boxeropstand. Tegelijk helpt het onderzoek te begrijpen waarom dergelijke objecten door missionarissen werden verzameld en vervolgens in Steyl tentoongesteld werden. Voor hedendaagse bezoekers levert dat nieuwe context en kritisch inzicht in de koloniale geschiedenis van de collectie.
Het project illustreert het belang van samenwerking in de zorgvuldige omgang met collecties uit koloniale context. Het Consortium Koloniale Collecties werkt samen met musea, onderzoeksinstellingen en archieven aan nieuw kennis over de herkomst van koloniale objecten. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, zodat ook kleinere instellingen – zoals Missiemuseum Steyl – diepgravend onderzoek kunnen doen. Hou onze website in de gaten, binnenkort vind je namelijk het herkomstrapport van het eretapijt in de collectie van Missiemuseum Steyl.
Wil je zelf meer weten over de rol van missionarissen en zendelingen in gekoloniseerde gebieden? Het NIOD ontwikkelde hierover voor het Consortium Koloniale Collecties een digitale zoekhulp waarin ook collecties, zoals die van Missiemuseum Steyl, zijn opgenomen. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.
Na een succesvolle eerste ronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn ook de onderzoeksprojecten uit de tweede aanvraagronde al gestart. In het Zaans Museum wordt een uniek onderzoek uitgevoerd naar ruim honderd kledingstukken die zijn gemaakt van sits: een katoenen stof uit India, meestal handbeschilderd met gebloemde motieven.
Sits wordt al eeuwenlang in India gemaakt. Vanaf de 17e eeuw werd de stof door de VOC geïmporteerd en door groeiende populariteit werd deze ook al snel in Europa nagemaakt. In de Zaanstreek was deze stof ook populair. De omvangrijke modecollectie van het Zaans Museum bevat veel 18e-eeuwse kledingstukken waarvan wordt aangenomen dat het Indiase sits is. Ontbrekende expertise maakte het eerder echter onmogelijk om een onderscheid te maken tussen Indiase en Europese stoffen.
Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt het museum nu welke kledingstukken gemaakt zijn van stof afkomstig uit India. Daarbij staan de volgende vragen centraal:


Tot nu toe werden de sitsen kledingstukken vooral gezien als voorbeelden van Zaanse streekdracht en daarmee een uitdrukking van de Zaanse identiteit. In dit onderzoek staat juist de koloniale oorsprong van het materiaal centraal, waarmee licht wordt geworpen op de sits als product uit koloniale handelsnetwerken en ongelijke machtsverhoudingen, maar ook als voorbeeld van culturele interactie en vermenging van culturele identiteit. Middels samenwerking met experts (makers en historici) uit India, wordt kennis uitgewisseld en worden de kledingstukken onderzocht vanuit verschillende perspectieven.
De financiële ondersteuning van het Consortium Koloniale Collecties maakt het mogelijk voor het Zaans Museum om kennis en expertise op te bouwen over de koloniale oorsprong van hun collectie. Het Consortium Koloniale Collecties werkt samen met musea, onderzoeksinstellingen en archieven aan nieuwe kennis over de herkomst van koloniale objecten. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, opdat ook kleinere instellingen – zoals het Zaans Museum – diepgravend onderzoek kunnen doen naar de koloniale banden van hun collectie.
Wil je zelf meer weten over de rol die handel in gekoloniseerde gebieden speelde in de circulatie van deze voorwerpen in Europa? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.
De Indonesische objecten van Keramiekmuseum PrincessehofEén jaar na de sluiting van de eerste aanvraagronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste onderzoeken in volle gang. Keramiekmuseum Princessehof doet herkomstonderzoek naar verschillende Indonesische objecten uit hun collectie; het museum beheert er momenteel ruim 1.800. Vanaf 2025 onderzoekt het museum opnieuw de herkomst van de objecten, want de eerdere onderzoeken hadden tot weinig resultaat geleid. Maar nu de eerste 100 objecten, met een mogelijk problematische herkomst, worden onderzocht werpen de resultaten licht op de collectie als geheel.
Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt Museum Princessehof de herkomstgeschiedenis van objecten in hun collectie, het onderzoek wordt per object gedaan. Daarbij staan de volgende vragen centraal:



Begin jaren 1960 poogde het museum de tot dan toe opgebouwde collectie Indonesische objecten te inventariseren. Omdat het museum zich in de jaren daarop ontwikkelde tot een gespecialiseerd keramiekmuseum, viel onderzoek naar de Indonesische niet-keramische voorwerpen daarna echter grotendeels stil. Het huidige onderzoek is erop gericht om de herkomst van deze objecten vast te stellen of aannemelijk te maken. De onderzoekers combineren hiervoor de oorspronkelijke objectdocumentatie in het archief van Princessehof met andere archiefbronnen, zoals aantekeningen en dagboeken van de verzamelaars of correspondentie van kunsthandelaars. Ook wordt onderzoek verricht aan de objecten zelf.
Zo is in samenwerking met Lab op Pad van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed onderzoek verricht naar het metaal van de talams (grote bronzen offerschalen) in de collectie, wat aantoonde dat ze vrijwel zeker langdurig onder de grond hebben gelegen. Daarnaast kwamen verschillende specialisten op het gebied van etnografica en Indonesische wapens naar de collectie kijken. Dit gaf, ook bij voorwerpen waar de exacte herkomst van onbekend is, veel aanvullende informatie over de context waarin deze voorwerpen werden verzameld.
Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt samenwerking en onderzoek bij musea, onderzoeksinstellingen en archieven om nieuwe kennis te vergaren over deze verweven koloniale geschiedenis. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, waardoor collectiebeherende instellingen – zoals Keramiekmuseum Princessehof – verrijkend onderzoek kunnen doen naar de koloniale herkomst van hun collectie.
Wil je zelf meer weten over het belang van het combineren van onderzoek in het beheren van objecten uit koloniale context? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.
Museum Prinsenhof Delft onderzoekt deelcollectie met Indonesische objectenEén jaar na de sluiting van de eerste aanvraagronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste tien onderzoeksprojecten grotendeels afgerond. Museum Prinsenhof Delft doet onderzoek naar twaalf objecten uit de deelcollectie Nusantara, die vanuit Indonesië en via de collecties van verschillende instellingen uiteindelijk onder beheer kwamen van het museum.
De Indische Instelling in Delft werd in 1864 opgericht als opleidingsinstituut voor Nederlandse koloniale ambtenaren die werden uitgezonden naar het huidige Indonesië. De objecten die door de instelling waren verzameld werden in het onderwijs gebruikt. Na de opheffing van de Indische Instelling in 1901, werd in 1911 een etnografisch museum opgericht om de collectie te bewaren. Dit werd uiteindelijk Museum Nusantara.
Museum Nusantara sloot in 2013 haar deuren, waarna de collectie werd ontzameld en herbestemd aan verschillende musea in binnen- en buitenland. Een klein deel van de collectie bleef in Delft en kwam onder het beheer van Museum Prinsenhof. De deelcollectie Nusantara bestaat uit ongeveer 460 objecten, waaronder kleding, religieuze objecten, poppen, meubels, (miniatuur)wapens en sieraden.
Met financiële steun van het Consortium Koloniale Collecties onderzoekt het museum de herkomstgeschiedenis van twaalf objecten uit de deelcollectie. Daarbij staan de volgende vragen centraal:
• Hoe kwamen koloniale objecten uit Indonesië terecht in Delft?
• Waar komen ze vandaan, hoe zijn ze verzameld en waarom belandden zij in de etnografische collectie van de Indische instelling of Museum Nusantara?
• Wat vertellen deze objecten ons over de relatie tussen Delft en Indonesië?
• Wat is de betekenis van de objecten voor de gemeenschappen van herkomst?


Museum Prinsenhof Delft wil na hun verbouwing het verhaal van de koloniale geschiedenis van Delft transparant en completer tonen aan hun bezoekers. Het delen van de herkomstgeschiedenis van deze objecten is een onderdeel hiervan. De resultaten van het onderzoek krijgen daarom een plek in de nieuwe vaste presentatie van het museum. In het stadsprogramma de Delftse Blik gaat het museum tevens met bezoekers en Delftenaren in gesprek over deze collectie. Door de verhalen van de collectie breed te delen biedt het museum na de heropening een nieuw perspectief op de koloniale relatie tussen Delft en Indonesië.
Ondanks dat het onderzoek zich heeft gericht op twaalf specifieke objecten, heeft het herkomstonderzoek ook informatie over andere objecten en belangrijke aspecten van de verweven koloniale geschiedenis aan het licht gebracht. Het onderzoek heeft namelijk vooral laten zien hoe sterk de Indische Instelling verweven was met het koloniale systeem, en hiermee ook de deelcollectie van het museum.
Het Consortium Koloniale Collecties ondersteunt samenwerking en onderzoek bij musea, onderzoeksinstellingen en archieven om nieuwe kennis te vergaren over deze verweven koloniale geschiedenis. We delen expertise, onderzoeksmethoden en maken financiële middelen beschikbaar, waardoor collectiebeherende instellingen – zoals Museum Prinsenhof Delft – verrijkend onderzoek kunnen doen naar de koloniale herkomst van hun collectie.
Wil je zelf meer weten over de rol van ambtenaren in het verzamelen van objecten uit koloniale context? Het NIOD ontwikkelde hierover digitale zoekhulpen voor het Consortium Koloniale Collecties, waarin ook Museum Nusantara als belangrijke instelling is opgenomen. Deze zoekhulpen bieden handvatten voor onderzoekers en geïnteresseerden die koloniale objecten en hun verhalen beter willen begrijpen.
Vier musea ontvangen een bijdrage voor herkomstonderzoek naar koloniale collectiesVier musea ontvangen een bijdrage van het Consortium Koloniale Collecties voor herkomstonderzoek binnen de Regeling Herkomstonderzoek. Met deze ondersteuning gaan zij de herkomstgeschiedenis in kaart brengen van (delen van) hun collectie of specifieke objecten waarvan aanwijzingen bestaan dat deze in een koloniale context zijn verworven.
Lees hieronder meer over de toegekende projecten.
Het Chabot Museum onderzoekt de herkomst van circa 22 West-Afrikaanse etnografische objecten uit de collectie-Schortenmeijer. Het project richt zich op transparantie over oorsprong, verwerving en koloniale context, en beoogt een zorgvuldigere en eerlijkere presentatie van de collectie. Er wordt onder meer gekeken naar archieven, kunsthandelnetwerken en mogelijke herkomstlanden, zoals Ivoorkust.
Museum Gouda, opgericht in 1874 en uitgegroeid tot een collectie van meer dan 40.000 objecten, onderzoekt twee specifieke objecten met onduidelijke herkomst. Het gaat om een bijzondere ivoren pijpfoedraal afkomstig uit Sri Lanka en een porseleinen kwispedoor uit Curaçao, geschonken in 1967. Via archiefonderzoek, objectstudie en literatuur wordt de herkomstgeschiedenis gereconstrueerd.
Naturalis onderzoekt de herkomst van botanische en zoölogische collecties uit vroege 20-eeuwse Nederlandse expedities in Suriname. Centraal staat de rol van de Inheemse en Marron-gemeenschappen, die actief bijdragen aan het verzamelen van objecten en het produceren van kennis. Door archiefonderzoek en dagboek- en specimenanalyse worden verborgen sporen van lokale kennis en samenwerking zichtbaar gemaakt.
Het Westfries Museum onderzoekt binnen een bredere vernieuwing van de museale presentatie de collectie in een wereldwijde, inclusieve context. In een herwaarderingsproject van circa 36.000 objecten wordt een selectie van 30 objecten uit de Carbasius-collectie (1650-1750) onderzocht op koloniale herkomst. Daarbij ligt de nadruk op archiefbronnen, objectanalyse en mogelijke verbanden met de VOC en koloniale handelsnetwerken. Het doel is om deze context beter zichtbaar te maken en de resultaten te integreren in een vernieuwde presentatie.

In de blogserie presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De zesde blog in de reeks is nu te lezen en gaat over een pad en een foto uit Suriname.
De pad bevindt zich op dit moment in de collectie van Naturalis Biodiversity Center en de historische foto in die van het Wereldmuseum. Deze twee voorwerpen zijn onderdeel van een breder onderzoek naar de rol die individuele Marrons en Inheemse personen in Suriname hebben gespeeld bij het samenstellen van natuurhistorische en etnografische collecties die momenteel in Nederland worden beheerd.
De pad werd op dezelfde dag gevangen als de foto werd genomen – 12 september 1904 – in het kader van een reeks expedities in opdracht van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genoodschap (KNAG). Hoewel kennis opgedaan in deze expedities grotendeels wordt toegeschreven aan de Nederlands die hierbij betrokken waren, blijkt uit recentelijk herkomstonderzoek dat de kennis van betrokken Marrons en Inheemse personen van groot belang was voor de expedities en daarmee voor de totstandkoming van collecties die nu in in Nederlandse musea worden bewaard.
In dit blog lees je over de rol die herkomstonderzoek kan spelen bij het belichten van vertekeningen in het koloniale archief en het ter discussie stellen van ons perspectief op wetenschappelijke expedities in Suriname. Door het bestuderen van een pad die is gevangen op dezelfde dag dat de foto is gemaakt, laat deze blog zien dat het samenbrengen van collecties en bijbehorende documentatie uit verschillende instellingen, bijdraagt aan een beter begrip van de koloniale (collectie)geschiedenis en de geschiedenis van de instellingen die deze collecties tegenwoordig beheren.
Met de nieuwe video tutorials navigeer je gemakkelijk door de Koloniale Collecties DatahubDe Koloniale Collecties Datahub is een digitaal platform dat informatie over collecties uit koloniale context samenbrengt, verrijkt en inzichtelijk maakt. Het samenbrengen van informatie die eerder verspreid lag over verschillende instellingen draagt bij aan het doen van herkomstonderzoek. Om gebruikers te ondersteunen bij het gebruik van het platform, lanceren we een serie aan video tutorials om je wegwijs te maken door de Datahub. De video tutorials vind je op de homepagina van de Datahub.
Erfgoed uit Suriname, Indonesië, Sri Lanka, Zuid-Afrika, Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en vele andere landen en gebieden is allemaal te vinden in de digitale Koloniale Collecties Datahub. De Datahub biedt op een toegankelijke manier gemeenschappen en onderzoekers ruimte om perspectieven op de opgenomen data toe te voegen en op te zoeken. Je kunt naast het opzoeken van objecten uit koloniale collecties ook eigen perspectieven toevoegen om de Datahub verder te verrijken. Daarnaast kun je lid worden van communities en objecten voorzien van missende context vanuit herkomstgemeenschappen.
De serie bestaat uit zes video’s waarmee je alles leert over het gebruiken van de Datahub.
In deze video leer je over de basiselementen van de Datahub. Bijvoorbeeld dat de Datahub bestaat uit de onderdelen objecten, gemeenschappen en zoekhulpen; maar ook hoe je de Datahub in andere talen kunt gebruiken. Verder wordt er uitgelegd hoe je een account kunt aanmaken. Met een account kun je gebruik maken van alle functionaliteiten van de Datahub en objecten organiseren in persoonlijke lijsten.
In de Nederlandse collecties zijn veel objecten verzameld uit koloniale context te vinden. In de Datahub kun je zoeken welke objecten dit zijn en meer te weten komen over hoe ze in Nederland zijn terechtgekomen. Met de tweede video tutorial leer je op welke manieren je objecten kunt zoeken. Aan de hand van filters kun je het onderzoek zo breed of specifiek maken als je wilt, je kunt aanpassen hoe je de zoekresultaten wilt zien en in welke volgorde. Ook krijg je uitleg over objectpagina’s en welke informatie je daar kunt vinden: denk aan metadata, lokale context, afbeeldingen of eigendomsinformatie.
De Koloniale Collecties Datahub is niet alleen voor het zoeken van objecten, maar juist ook om gelijkgestemden te vinden en informatie en kennis met elkaar te delen. Gebruikers kunnen bijvoorbeeld andere onderzoekers vinden met dezelfde culturele achtergrond of hetzelfde onderzoeksonderwerp. Je kunt zelf een community aanmaken of lid worden van bestaande communities.
Veel informatie over de objecten in de Nederlandse museale collecties die in koloniale periode zijn verzameld, en zo ook in de Datahub, is geschreven vanuit een Eurocentrisch perspectief. Daarom is het belangrijk dat de metadata van de objecten worden aangevuld met perspectieven uit herkomstgemeenschappen. Juist in de koloniale context is dit belangrijk. In deze video leer je hoe je dergelijke perspectieven en missende informatie kunt toevoegen aan objecten.
In de vijfde video tutorial leer je hoe je lokale contexts annotaties kunt toevoegen aan de objecten in de Datahub. Deze annotaties zijn een belangrijke toevoeging voor de objecten uit koloniale context, omdat ze ruimte voor culturele gevoeligheden en waarden van herkomstgemeenschappen bieden. Hiermee kunnen de Eurocentrische perspectieven aangevuld worden met perspectieven uit de gemeenschappen zelf.
Het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, één van de Consortiumpartners, heeft digitale zoekhulpen ontwikkeld voor de Datahub en in deze laatste video tutorial leer je hoe je die kunt gebruiken. De digitale zoekhulpen zijn een van de drie onderdelen van de Datahub en zijn ontwikkeld om onderzoekers die herkomstonderzoek doen te ondersteunen. Er zijn zoekhulpen met algemene informatie en zoekhulpen over verschillende categorieën, thema’s, en locaties.
Eén jaar na de sluiting van de eerste aanvraagronde van de Regeling Herkomstonderzoek Koloniale Collecties zijn de eerste tien onderzoeksprojecten in volle gang. Deze regeling stelt Nederlandse musea en erfgoedinstellingen in staat de herkomst van objecten uit hun koloniale context te onderzoeken, een kerntaak van zorgvuldig en transparant collectiebeheer. Het Consortium Koloniale Collecties stelde als verstrekker van de subsidies in totaal €500.000 beschikbaar; in de eerste ronde is ruim €240.000 toegekend aan tien projecten.
De gehonoreerde instellingen vormen een brede doorsnede van het veld, van rijksmusea tot gemeentelijke, universitaire en particuliere collecties. Zij onderzoeken deelcollecties en specifieke objecten waarvoor aanwijzingen bestaan dat deze in een koloniale context zijn verworven. Zo doet Museon-Omniversum onderzoek naar een banjabangi, een zeldzame houten bank uit Suriname die historisch werd gebruikt als slaginstrument en symbool van koloniale machtsverhoudingen en verzet. Missiemuseum Steyl onderzoekt een erekleed met Baxian-motieven uit Yanggu (China) dat in 1901 door missionarissen werd meegenomen onder onduidelijke omstandigheden. Kunstmuseum Den Haag ontving een toekenning voor onderzoek naar onder andere het achttiende-eeuwse hofzilver van de Sultan van Ternate, dat zich in de collectie edelmetaal van het museum bevindt.
Dit is maar een greep uit de herkomstonderzoeken die binnenkort worden afgerond en waarvan de resultaten zullen worden gedeeld via herkomstrapporten, publicaties, publieksbijeenkomsten en tentoonstellingen. Benieuwd naar meer projecten die een toekenning hebben ontvangen? Daarover lees je hier meer.
Het Consortium Koloniale Collecties – een samenwerking van Museum Bronbeek, NIOD, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Rijksmuseum en Wereldmuseum – ondersteunt het herkomstonderzoek financieel en inhoudelijk, onder meer via kennisdeling en netwerkvorming, en draagt daarmee bij aan zorgvuldige omgang met koloniale collecties en samenwerking met herkomstgemeenschappen.
Herkomstonderzoek blog #5 is nu te lezen!In de blogserie presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De vijfde blog in de reeks is nu te lezen en gaat over een reliëfplaat uit het Koninkrijk Benin in Nigeria.
De reliëfplaat maakt onderdeel uit van de grote en versnipperde collectie koninklijke artefacten uit het Koninkrijk Benin (tegenwoordig gelegen in de staat Edo in Nigeria) die aan het einde van de negentiende eeuw zijn geroofd. Deze historische voorwerpen – gezamenlijk bekend als de Benin Bronzen – zijn een uitdrukking van de cultuur, geschiedenis en kunst van Benin.
De reliëfplaat (of Ama in het Edo) met de afbeelding van een moddervis maakte tot voor kort onderdeel uit van de collectie van Museum de Fundatie in Zwolle. Recentelijk heeft archief- en materiaaltechnisch onderzoek bevestigd dat de reliëfplaat zijn herkomst vindt in Benin City. Dit herkomstonderzoek is financieel ondersteund door het Consortium Koloniale Collecties.
In dit blog lees je meer over het herkomstonderzoek, de rol van de Benin Bronzen in het internationale restitutiedebat, de teruggave van de reliëfplaat en de tentoonstelling Back to Benin – Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed, op dit moment te zien bij Museum de Fundatie.

In deze serie blogs presenteert het Consortium Koloniale Collecties een historisch object uit een voormalige koloniale context of situatie, dat momenteel (of tot voor kort) wordt bewaard in een museum in Nederland en waarnaar herkomstonderzoek is gedaan. De vierde blog in deze reeks gaat over de Dubois-collectie, tot kortgeleden onderdeel van de collectie van Naturalis Biodiversity Center in Leiden.
De collectie bestaat uit ongeveer 28.000 fossielen die zijn verzameld door de Nederlandse wetenschapper Eugène Dubois (1858-1940) in het voormalige Nederlands-Indië. In de loop der tijd kregen de fossielen – en met name de Javamens – culturele en politieke betekenis, zowel voor Indonesië als voor Nederland. Ze stonden decennialang centraal in discussies over restitutie.
In dit blog lees je hoe de aard van de collectie, de gelaagde betekenissen die deze in de loop der jaren heeft gekregen en de decennialange discussies over het rechtmatige eigendom ervan, dit herkomstonderzoek bijzonder complex en multidisciplinair maakten.
